Naar de inhoud

versleutelen

direct overgebrachte informatie door gebaar, schrift of spraak, dan wel overgebracht via een telecommunicatiekanaal, zodanig bewerken dat deze alleen begrijpelijk is als men de beschikking heeft over de toegepaste code

versleutelen

werkwoord

Betekenis

  1. direct overgebrachte informatie door gebaar, schrift of spraak, dan wel overgebracht via een telecommunicatiekanaal, zodanig bewerken dat deze alleen begrijpelijk is als men de beschikking heeft over de toegepaste code

Vervoeging van versleutelen

versleutelenhele werkwoord — versleuteldeverleden tijd enkelvoud — versleuteldenverleden tijd meervoud — versleuteldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik versleutel versleutelde
jij versleutelt versleutelde
hij, zij, het versleutelt versleutelde
wij versleutelen versleutelden
jullie versleutelen versleutelden
zij versleutelen versleutelden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben versleuteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent versleuteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is versleuteld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was versleuteld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd versleuteld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt versleuteld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal versleuteld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal versleuteld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou versleuteld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou versleuteld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had versleuteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had versleuteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had versleuteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden versleuteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden versleuteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden versleuteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt versleuteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb versleuteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben versleuteld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben versleuteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben versleuteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben versleuteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt versleuteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft versleuteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft versleuteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is versleuteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is versleuteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben versleuteld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te versleutelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen versleutelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
versleutel gebiedende wijs
versleuteld verleden tijd, deelwoord
versleuteld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
versleuteld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
versleuteld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
versleuteld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
versleuteld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
versleuteld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
versleuteld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
versleuteld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
versleuteld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
versleuteld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
versleutelde verleden tijd
versleutele aanvoegende wijs
versleutelend onvoltooid, deelwoord
waart versleuteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren versleuteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren versleuteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren versleuteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was versleuteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was versleuteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was versleuteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd versleuteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd versleuteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd versleuteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden versleuteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden versleuteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden versleuteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt versleuteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word versleuteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden versleuteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden versleuteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden versleuteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt versleuteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt versleuteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal versleuteld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal versleuteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal versleuteld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal versleuteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal versleuteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal versleuteld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal versleuteld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal versleutelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal versleutelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal versleutelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn versleuteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn versleuteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn versleuteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt versleuteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou versleuteld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou versleuteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou versleuteld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou versleuteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou versleuteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou versleuteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou versleuteld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou versleuteld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou versleuteld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou versleutelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou versleutelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou versleutelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden versleuteld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden versleuteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden versleuteld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden versleuteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden versleuteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden versleuteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden versleuteld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden versleuteld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden versleuteld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden versleutelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden versleutelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden versleutelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt versleuteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt versleuteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt versleuteld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt versleutelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen versleuteld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen versleuteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen versleuteld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen versleuteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen versleuteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen versleuteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen versleuteld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen versleuteld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen versleuteld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen versleutelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen versleutelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen versleutelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen versleutelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult versleuteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult versleuteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult versleuteld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult versleutelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van sleutel met het voorvoegsel ver- met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van versleutelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
versleutel gebiedende wijs versleutelen
versleuteld voltooid deelwoord versleutelen
versleutelde verleden tijd versleutelen
versleutelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon versleutelen
versleutele aanvoegende wijs versleutelen
versleutelend onvoltooid deelwoord versleutelen
versleutelende woordvorm versleutelen
versleutelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon versleutelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van versleutelen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over versleutelen

Wat betekent versleutelen?
Versleutelen is een werkwoord. Het woord betekent: direct overgebrachte informatie door gebaar, schrift of spraak, dan wel overgebracht via een telecommunicatiekanaal, zodanig bewerken dat deze alleen begrijpelijk is als men de beschikking heeft over de toegepaste code.
Hoe vervoeg je versleutelen?
Je vervoegt versleutelen als volgt: de tegenwoordige tijd is versleutel, de verleden tijd is versleutelde en het voltooid deelwoord is versleuteld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord versleutelen is 25 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. S 2
  5. L 3
  6. E 1
  7. U 4
  8. T 2
  9. E 1
  10. L 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 25 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

versleutelen levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. S 2
  5. L 3
  6. E 1
  7. U 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. L 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 23 zonder bonus
  14. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

versleutelen in het kort

versleutelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van versleutelen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort versleutelen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

versleutelen: direct overgebrachte informatie door gebaar, schrift of spraak, dan wel overgebracht via een telecommunicatiekanaal, zodanig bewerken dat deze alleen begrijpelijk is als men de beschikking heeft over de toegepaste code
Deel versleutelen — standaardnederlands.nl