spits
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, werkwoord spɪtsBetekenis
- drukte in het verkeer op bepaalde tijdstippen
- een voetballer die voor in het veld staat
- kleine, oorspronkelijke soort honden
- klein vrachtschip, binnenschip (ook in gebruik als woonboot)
- scherp, puntig uiteinde, punt 1, tip 1, top 1
- in een punt uitkomend
- scherpzinnig.
Hoe spreek je spits uit?
/spɪts/
Spits bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| p | pak |
| ɪ | pit |
| t | tak |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- grote drukte in het verkeer op terugkerende tijdstippen
- binnen een ploeg een aanvallende speler die een positie opzoekt waarin hij een doelpunt kan maken
- klein vrachtschip, binnenschip (ook wel gebruikt als woonboot)
- scherp, puntig uiteinde, hoogste punt
- type hond met een spitse snuit, opstaande, vrij kleine oren, een dichte, afstaande vacht, een tamelijk steile achterhand en een krullende staart
- beste vriend obsolete
- eerste stoot van een aanval (alleen nog in uitdrukkingen)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| spitsen | meervoud |
| spitsje | verkleinwoord, enkelvoud |
| spitsjes | verkleinwoord, meervoud |
bijvoeglijk naamwoord
- scherpzinnig
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spitsen
- gebiedende wijs van spitsen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spitsen
Vervoeging van spits
spitshele werkwoord
Herkomst
zn: vermenging van Middelnederlands spitse zn "puntig uiteinde" en Duits Spitze "top van berg of toren" **[2] in de betekenis ‘meest aanvallende voetballer’ aangetroffen vanaf 1970 **[5] van Duits Spitz in de betekenis ‘hond van een bepaald ras’ aangetroffen vanaf 1867 **[6] (verkorting) van spitsbroeder
Woordfamilie van spits
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| spitser | woordvorm | spits |
| spitsere | woordvorm | spits |
| spitsers | woordvorm | spits |
| spitsje | verkleinwoord | spits |
| spitsjes | verkleinwoord meervoud | spits |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van spits zijn vastgelegd.