neus
zelfstandig naamwoord, werkwoord nøsBetekenis
- een orgaan dat gebruikt wordt bij de ademhaling en om te ruiken
- het reukvermogen
- het voorste deel van een voorwerp
Hoe spreek je neus uit?
/nøs/
Neus bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| ø | deur |
| s | sok |
zelfstandig naamwoord — masculine
- orgaan dat gebruikt wordt bij de ademhaling en om te ruiken
- het voorste deel van bepaalde voorwerpen figuratively
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| neusje | verkleinwoord, enkelvoud |
| neusjes | verkleinwoord, meervoud |
| neuzen | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van neuzen
- gebiedende wijs van neuzen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van neuzen
Vervoeging van neus
neushele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘reukorgaan’ voor het eerst aangetroffen in 1236
Woordfamilie van neus
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| neusje | verkleinwoord | neus |
| neusjes | verkleinwoord meervoud | neus |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van neus zijn vastgelegd.