kits
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, werkwoord /kɪts/Betekenis
- een zeiljacht met twee langsgetuigde masten, de achterste is ruim voor de positie van het roer geplaatst.
- in orde, goed, prettig
Hoe spreek je kits uit?
/kɪts/
Kits bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɪ | pit |
| t | tak |
| s | sok |
Klinkt hetzelfde als kids.
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- een zeiljacht met twee langsgetuigde masten, waarbij de achterste ruim voor de positie van het roer is geplaatst
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kitsen | meervoud |
| kitsje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kitsjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord kit
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kitsen
- gebiedende wijs van kitsen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kitsen
Vervoeging van kits
kitshele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘type zeilschip’ aangetroffen vanaf 1572
Woordfamilie van kits
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kitsen | meervoud | kits |
| kitsje | verkleinwoord | kits |
| kitsjes | verkleinwoord meervoud | kits |
| gekitst | woordvorm | kitsen |
| gekitste | woordvorm | kitsen |
| kitse | woordvorm | kitsen |
| kitsend | woordvorm | kitsen |
| kitsende | woordvorm | kitsen |
| kitst | woordvorm | kitsen |
| kitste | woordvorm | kitsen |
| kitsten | woordvorm | kitsen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kits zijn vastgelegd.