flits
zelfstandig naamwoord, werkwoord flɪtsBetekenis
- een korte uitbarsting van licht of een ander elektromagnetisch verschijnsel
- een kortdurend maar heftig evenement
Hoe spreek je flits uit?
/flɪts/
Flits bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| l | land |
| ɪ | pit |
| t | tak |
| s | sok |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| (flitsje) | verkleinwoord, enkelvoud |
| (flitsjes) | verkleinwoord, meervoud |
| flitsen | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van flitsen
- gebiedende wijs van flitsen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van flitsen
Vervoeging van flits
flitshele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘kort schijnsel’ voor het eerst aangetroffen in 1555
Woordfamilie van flits
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| flitsje | woordvorm | flits |
| flitsjes | meervoud | flits |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van flits zijn vastgelegd.