spitsstrook
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een rijstrook op een autosnelweg die alleen geopend is bij druk verkeer in de spits
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| spitsstroken | meervoud |
| spitsstrookje | verkleinwoord, enkelvoud |
| spitsstrookjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van spits en strook
Woordfamilie van spitsstrook
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| spitsstroken | meervoud | spitsstrook |
| spitsstrookje | verkleinwoord | spitsstrook |
| spitsstrookjes | verkleinwoord meervoud | spitsstrook |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van spitsstrook zijn vastgelegd.