snuiven
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈsnœyvə(n)Betekenis
- sterk door de neus inademen (om te ruiken)
- iets door snuiven in de neus opzuigen
Hoe spreek je snuiven uit?
/ˈsnœyvən/
Snuiven bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| n | nek |
| œy | huis |
| v | vis |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van snuiven
snuivenhele werkwoord — snoofverleden tijd enkelvoud — snovenverleden tijd meervoud — gesnovenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | snuif | snoof |
| jij | snuift | snoof |
| hij, zij, het | snuift | snoof |
| wij | snuiven | snoven |
| jullie | snuiven | snoven |
| zij | snuiven | snoven |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gesnoven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gesnoven | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gesnoven | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gesnoven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gesnoven worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gesnoven zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gesnoven worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gesnoven zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gesnoven | verleden tijd, deelwoord |
| gesnoven te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesnoven zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gesnoven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gesnoven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gesnoven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gesnoven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gesnoven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gesnoven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gesnoven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gesnoven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesnoven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gesnoven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesnoven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gesnoven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gesnoven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesnoven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesnoven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| snoof | verleden tijd |
| snuif | gebiedende wijs |
| snuive | aanvoegende wijs |
| snuivend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gesnoven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te snuiven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen snuiven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gesnoven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesnoven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gesnoven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal snuiven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal snuiven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal snuiven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gesnoven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesnoven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesnoven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou snuiven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou snuiven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou snuiven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gesnoven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gesnoven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gesnoven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden snuiven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden snuiven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden snuiven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gesnoven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt snuiven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gesnoven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gesnoven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gesnoven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen snuiven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen snuiven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen snuiven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen snuiven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gesnoven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult snuiven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord snuif
Herkomst
In de betekenis van ‘hoorbaar door de neus ademen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1351
Woordfamilie van snuiven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gesnoven | voltooid deelwoord | snuiven |
| snoof | verleden tijd | snuiven |
| snoven | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | snuiven |
| snuift | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | snuiven |
| snuive | aanvoegende wijs | snuiven |
| snuivend | onvoltooid deelwoord | snuiven |
| snuivende | woordvorm | snuiven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van snuiven zijn vastgelegd.