bestuiven
werkwoord bəˈstœyvə(n)Betekenis
- stuifmeel op een stamper doen belanden
Hoe spreek je bestuiven uit?
/bəˈstœyvən/
Bestuiven bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| s | sok |
| t | tak |
| œy | huis |
| v | vis |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van bestuiven
bestuivenhele werkwoord — bestoofverleden tijd enkelvoud — bestovenverleden tijd meervoud — bestovenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bestuif | bestoof |
| jij | bestuift | bestoof |
| hij, zij, het | bestuift | bestoof |
| wij | bestuiven | bestoven |
| jullie | bestuiven | bestoven |
| zij | bestuiven | bestoven |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben bestoven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bestoven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bestoof | verleden tijd |
| bestoven | verleden tijd, deelwoord |
| bestoven te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bestoven te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bestoven te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bestoven te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bestoven te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bestoven worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bestoven zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bestoven zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bestoven zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bestoven zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bestuif | gebiedende wijs |
| bestuive | aanvoegende wijs |
| bestuivend | onvoltooid, deelwoord |
| er is bestoven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bestoven | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bestoven | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bestoven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bestoven worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bestoven zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bestoven worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bestoven zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bestoven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bestoven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bestoven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bestoven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bestoven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bestoven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bestoven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bestoven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bestoven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bestoven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bestoven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bestoven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bestoven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bestoven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bestoven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bestoven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bestoven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bestuiven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bestoven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bestuiven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bestoven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bestoven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bestoven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bestoven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bestoven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bestoven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bestoven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bestoven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bestoven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bestoven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bestoven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bestoven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bestoven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bestoven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bestoven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bestoven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bestoven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bestoven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bestoven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bestoven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bestoven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bestoven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bestoven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bestoven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bestoven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bestoven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bestoven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bestuiven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bestuiven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bestuiven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn bestoven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bestoven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bestoven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bestoven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bestoven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bestoven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bestoven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bestoven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bestoven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bestoven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bestoven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bestoven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bestoven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bestuiven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bestuiven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bestuiven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden bestoven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bestoven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bestoven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bestoven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bestoven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bestoven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bestoven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bestoven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bestoven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bestuiven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bestuiven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bestuiven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt bestoven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bestoven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bestoven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bestuiven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen bestoven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bestoven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bestoven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bestoven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bestoven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bestoven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bestoven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bestoven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bestoven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bestuiven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bestuiven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bestuiven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bestuiven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult bestoven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bestoven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bestoven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bestuiven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van stuiven met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van bestuiven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bestoof | verleden tijd | bestuiven |
| bestoven | voltooid deelwoord | bestuiven |
| bestuif | gebiedende wijs | bestuiven |
| bestuift | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bestuiven |
| bestuive | aanvoegende wijs | bestuiven |
| bestuivend | onvoltooid deelwoord | bestuiven |
| bestuivende | woordvorm | bestuiven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bestuiven zijn vastgelegd.