schennis
zelfstandig naamwoordBetekenis
- inbreuk maken op, schending
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schennissen | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘het schenden’ voor het eerst aangetroffen in 1301
Woordfamilie van schennis
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schennissen | meervoud | schennis |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schennis zijn vastgelegd.