overvliegen
werkwoord ˌovərˈvliɣə(n)Betekenis
- ergens overheen vliegen
- van de ene afdeling naar de volgende gaan, bijvoorbeeld bij scouting
- iets met een vliegtuig ergens brengen
Hoe spreek je overvliegen uit?
/ˌovərˈvlixən/
Overvliegen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| l | land |
| i | riet |
| x | acht |
| n | nek |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van overvliegen
overvliegenhele werkwoord — vloog oververleden tijd enkelvoud — vlogen oververleden tijd meervoud — overgevlogenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vlieg over | vloog over |
| jij | vliegt over | vloog over |
| hij, zij, het | vliegt over | vloog over |
| wij | vliegen over | vlogen over |
| jullie | vliegen over | vlogen over |
| zij | vliegen over | vlogen over |
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben overgevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent overgevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is overgevlogen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was overgevlogen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd overgevlogen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt overgevlogen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal overgevlogen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal overgevlogen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou overgevlogen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou overgevlogen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had overgevlogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had overgevlogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had overgevlogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden overgevlogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden overgevlogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden overgevlogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt overgevlogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb overgevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben overgevlogen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben overgevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben overgevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben overgevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt overgevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft overgevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft overgevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is overgevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is overgevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| over te vliegen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| over te zullen vliegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| over zal vliegen | bijzin, toekomende tijd |
| over zou vliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| over zouden vliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| over zoudt vliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| over zullen vliegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| over zullen vliegen | bijzin, toekomende tijd |
| over zult vliegen | bijzin, toekomende tijd |
| overgevlogen | verleden tijd, deelwoord |
| overgevlogen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| overgevlogen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| overgevlogen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overgevlogen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overgevlogen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overgevlogen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| overgevlogen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| overgevlogen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overgevlogen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overgevlogen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overvlieg | bijzin, tegenwoordige tijd |
| overvliegend | onvoltooid, deelwoord |
| overvliegt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| overvlogen | bijzin, verleden tijd |
| overvloog | bijzin, verleden tijd |
| overvloogt | bijzin, verleden tijd |
| te hebben overgevlogen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen overvliegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vlieg over | gebiedende wijs |
| vloog over | verleden tijd |
| waart overgevlogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren overgevlogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren overgevlogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren overgevlogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was overgevlogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was overgevlogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was overgevlogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd overgevlogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd overgevlogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd overgevlogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden overgevlogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden overgevlogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden overgevlogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt overgevlogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word overgevlogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden overgevlogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden overgevlogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden overgevlogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt overgevlogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt overgevlogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal overgevlogen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overgevlogen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal overgevlogen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal overgevlogen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overgevlogen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal overgevlogen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overgevlogen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal overvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal overvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal overvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal overvliegen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn overgevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn overgevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn overgevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt overgevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou overgevlogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overgevlogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overgevlogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou overgevlogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overgevlogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou overgevlogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overgevlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overgevlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overgevlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou overvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou overvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou overvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou overvliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) overvliegen over zou(dt) vliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden overgevlogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden overgevlogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden overgevlogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden overgevlogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden overgevlogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden overgevlogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden overgevlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden overgevlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden overgevlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden overvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden overvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden overvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden overvliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt overgevlogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt overgevlogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt overgevlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt overvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt overvliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen overgevlogen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen overgevlogen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen overgevlogen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen overgevlogen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen overgevlogen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen overgevlogen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen overgevlogen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen overgevlogen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen overgevlogen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen overvliegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen overvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen overvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen overvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen overvliegen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van over bw en vliegen ww
Woordfamilie van overvliegen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| overgevlogen | voltooid deelwoord | overvliegen |
| overvlieg | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | overvliegen |
| overvliege | with-subordinate-clause | overvliegen |
| overvliegend | onvoltooid deelwoord | overvliegen |
| overvliegende | woordvorm | overvliegen |
| overvliegt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | overvliegen |
| overvlogen | subordinate-clause, verleden tijd | overvliegen |
| overvloog | subordinate-clause, verleden tijd | overvliegen |
| vlieg over | gebiedende wijs | overvliegen |
| vliege over | woordvorm | overvliegen |
| vliegen over | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | overvliegen |
| vliegt over | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | overvliegen |
| vlogen over | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | overvliegen |
| vloog over | verleden tijd | overvliegen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overvliegen zijn vastgelegd.