Naar de inhoud

overvleugelen

in belang of grootte te boven groeien

overvleugelen

werkwoord

Betekenis

  1. in belang of grootte te boven groeien

Vervoeging van overvleugelen

overvleugelenhele werkwoord — overvleugeldeverleden tijd enkelvoud — overvleugeldenverleden tijd meervoud — overvleugeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik overvleugel overvleugelde
jij overvleugelt overvleugelde
hij, zij, het overvleugelt overvleugelde
wij overvleugelen overvleugelden
jullie overvleugelen overvleugelden
zij overvleugelen overvleugelden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben overvleugeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent overvleugeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is overvleugeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was overvleugeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd overvleugeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt overvleugeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal overvleugeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal overvleugeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou overvleugeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou overvleugeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had overvleugeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had overvleugeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had overvleugeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden overvleugeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden overvleugeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden overvleugeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt overvleugeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb overvleugeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overvleugeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben overvleugeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overvleugeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben overvleugeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt overvleugeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overvleugeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overvleugeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is overvleugeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is overvleugeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
overvleugel gebiedende wijs
overvleugeld verleden tijd, deelwoord
overvleugeld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overvleugeld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overvleugeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overvleugeld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
overvleugeld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overvleugeld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
overvleugeld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
overvleugeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overvleugeld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
overvleugeld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overvleugelde verleden tijd
overvleugele aanvoegende wijs
overvleugelend onvoltooid, deelwoord
te hebben overvleugeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te overvleugelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen overvleugelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart overvleugeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren overvleugeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren overvleugeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren overvleugeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was overvleugeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was overvleugeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was overvleugeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd overvleugeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd overvleugeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd overvleugeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden overvleugeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden overvleugeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden overvleugeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt overvleugeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word overvleugeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden overvleugeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden overvleugeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden overvleugeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt overvleugeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt overvleugeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal overvleugeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overvleugeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal overvleugeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal overvleugeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overvleugeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal overvleugeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overvleugeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal overvleugelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal overvleugelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal overvleugelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn overvleugeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn overvleugeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn overvleugeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt overvleugeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou overvleugeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overvleugeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overvleugeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou overvleugeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overvleugeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou overvleugeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overvleugeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overvleugeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overvleugeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou overvleugelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou overvleugelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou overvleugelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden overvleugeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overvleugeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overvleugeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overvleugeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overvleugeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overvleugeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overvleugeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overvleugeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overvleugeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overvleugelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overvleugelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overvleugelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt overvleugeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overvleugeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overvleugeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overvleugelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen overvleugeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overvleugeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overvleugeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overvleugeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overvleugeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overvleugeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overvleugeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overvleugeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overvleugeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overvleugelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen overvleugelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overvleugelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overvleugelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult overvleugeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overvleugeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overvleugeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overvleugelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van over bw en vleugel zn met het achtervoegsel -en van een werkwoord

Woordfamilie van overvleugelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
overvleugel gebiedende wijs overvleugelen
overvleugeld voltooid deelwoord overvleugelen
overvleugelde verleden tijd overvleugelen
overvleugelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon overvleugelen
overvleugele aanvoegende wijs overvleugelen
overvleugelend onvoltooid deelwoord overvleugelen
overvleugelende woordvorm overvleugelen
overvleugelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon overvleugelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overvleugelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over overvleugelen

Wat betekent overvleugelen?
Overvleugelen is een werkwoord. Het woord betekent: in belang of grootte te boven groeien.
Hoe vervoeg je overvleugelen?
Je vervoegt overvleugelen als volgt: de tegenwoordige tijd is overvleugel, de verleden tijd is overvleugelde en het voltooid deelwoord is overvleugeld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord overvleugelen is 29 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. V 4
  6. L 3
  7. E 1
  8. U 4
  9. G 3
  10. E 1
  11. L 3
  12. E 1
  13. N 1
  14. 29 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

overvleugelen levert met Wordfeud minimaal 27 en maximaal 105 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. V 4
  6. L 3
  7. E 1
  8. U 2
  9. G 3
  10. E 1
  11. L 3
  12. E 1
  13. N 1
  14. 27 zonder bonus
  15. 105 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

overvleugelen in het kort

overvleugelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van overvleugelen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort overvleugelen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

overvleugelen: in belang of grootte te boven groeien
Deel overvleugelen — standaardnederlands.nl