overvleugelen
werkwoordBetekenis
- in belang of grootte te boven groeien
Vervoeging van overvleugelen
overvleugelenhele werkwoord — overvleugeldeverleden tijd enkelvoud — overvleugeldenverleden tijd meervoud — overvleugeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | overvleugel | overvleugelde |
| jij | overvleugelt | overvleugelde |
| hij, zij, het | overvleugelt | overvleugelde |
| wij | overvleugelen | overvleugelden |
| jullie | overvleugelen | overvleugelden |
| zij | overvleugelen | overvleugelden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben overvleugeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent overvleugeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is overvleugeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was overvleugeld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd overvleugeld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt overvleugeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal overvleugeld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal overvleugeld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou overvleugeld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou overvleugeld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had overvleugeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had overvleugeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had overvleugeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden overvleugeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden overvleugeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden overvleugeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt overvleugeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb overvleugeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben overvleugeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben overvleugeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben overvleugeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben overvleugeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt overvleugeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft overvleugeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft overvleugeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is overvleugeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is overvleugeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| overvleugel | gebiedende wijs |
| overvleugeld | verleden tijd, deelwoord |
| overvleugeld te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| overvleugeld te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| overvleugeld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overvleugeld te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overvleugeld te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overvleugeld worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| overvleugeld zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| overvleugeld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overvleugeld zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overvleugeld zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overvleugelde | verleden tijd |
| overvleugele | aanvoegende wijs |
| overvleugelend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben overvleugeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te overvleugelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen overvleugelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart overvleugeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren overvleugeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren overvleugeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren overvleugeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was overvleugeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was overvleugeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was overvleugeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd overvleugeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd overvleugeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd overvleugeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden overvleugeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden overvleugeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden overvleugeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt overvleugeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word overvleugeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden overvleugeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden overvleugeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden overvleugeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt overvleugeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt overvleugeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal overvleugeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overvleugeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal overvleugeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal overvleugeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overvleugeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal overvleugeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overvleugeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal overvleugelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal overvleugelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal overvleugelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn overvleugeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn overvleugeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn overvleugeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt overvleugeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou overvleugeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overvleugeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overvleugeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou overvleugeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overvleugeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou overvleugeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overvleugeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overvleugeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overvleugeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou overvleugelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou overvleugelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou overvleugelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden overvleugeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden overvleugeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden overvleugeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden overvleugeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden overvleugeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden overvleugeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden overvleugeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden overvleugeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden overvleugeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden overvleugelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden overvleugelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden overvleugelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt overvleugeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt overvleugeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt overvleugeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt overvleugelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen overvleugeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen overvleugeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen overvleugeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen overvleugeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen overvleugeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen overvleugeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen overvleugeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen overvleugeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen overvleugeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen overvleugelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen overvleugelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen overvleugelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen overvleugelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult overvleugeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult overvleugeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult overvleugeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult overvleugelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van over bw en vleugel zn met het achtervoegsel -en van een werkwoord
Woordfamilie van overvleugelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| overvleugel | gebiedende wijs | overvleugelen |
| overvleugeld | voltooid deelwoord | overvleugelen |
| overvleugelde | verleden tijd | overvleugelen |
| overvleugelden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | overvleugelen |
| overvleugele | aanvoegende wijs | overvleugelen |
| overvleugelend | onvoltooid deelwoord | overvleugelen |
| overvleugelende | woordvorm | overvleugelen |
| overvleugelt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | overvleugelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overvleugelen zijn vastgelegd.