Naar de inhoud

wegvliegen

een plaats vliegend verlaten

wegvliegen

werkwoord ˈwɛxfliɣə(n)

Betekenis

  1. een plaats vliegend verlaten
  2. heel snel en plotseling een plaats verlaten
  3. een hoge verkoopsnelheid hebben

Hoe spreek je wegvliegen uit?

/ˈwɛxflixən/

Wegvliegen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈwɛxflixən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
w quiz
ɛ bed
x acht
f fiets
l land
i riet
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van wegvliegen

wegvliegenhele werkwoord — vloog wegverleden tijd enkelvoud — vlogen wegverleden tijd meervoud — weggevlogenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vlieg weg vloog weg
jij vliegt weg vloog weg
hij, zij, het vliegt weg vloog weg
wij vliegen weg vlogen weg
jullie vliegen weg vlogen weg
zij vliegen weg vlogen weg
Alle 76 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben weggevlogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent weggevlogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is weggevlogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is weggevlogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te zijn weggevlogen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen wegvliegen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vlieg weg gebiedende wijs
vloog weg verleden tijd
waart weggevlogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggevlogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren weggevlogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggevlogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was weggevlogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was weggevlogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was weggevlogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
weg te vliegen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weg te zullen vliegen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weg zal vliegen bijzin, toekomende tijd
weg zou vliegen bijzin, voorwaardelijk
weg zouden vliegen bijzin, voorwaardelijk
weg zoudt vliegen bijzin, voorwaardelijk
weg zullen vliegen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weg zullen vliegen bijzin, toekomende tijd
weg zult vliegen bijzin, toekomende tijd
weggevlogen verleden tijd, deelwoord
weggevlogen te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggevlogen zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
wegvlieg bijzin, tegenwoordige tijd
wegvliegend onvoltooid, deelwoord
wegvliegt bijzin, tegenwoordige tijd
wegvlogen bijzin, verleden tijd
wegvloog bijzin, verleden tijd
wegvloogt bijzin, verleden tijd
zal weggevlogen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggevlogen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal weggevlogen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal wegvliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal wegvliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal wegvliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal wegvliegen bijzin, toekomende tijd
zijn weggevlogen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn weggevlogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn weggevlogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn weggevlogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt weggevlogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou weggevlogen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggevlogen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggevlogen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou wegvliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou wegvliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou wegvliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou wegvliegen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) wegvliegen weg zou(dt) vliegen bijzin, voorwaardelijk
zouden weggevlogen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weggevlogen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weggevlogen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden wegvliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden wegvliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden wegvliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden wegvliegen bijzin, voorwaardelijk
zoudt weggevlogen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt wegvliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt wegvliegen bijzin, voorwaardelijk
zullen weggevlogen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weggevlogen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weggevlogen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen wegvliegen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen wegvliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen wegvliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen wegvliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen wegvliegen bijzin, toekomende tijd
zult weggevlogen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult wegvliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult wegvliegen bijzin, toekomende tijd
zult/zal wegvliegen weg zult/zal vliegen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van weg bw en vliegen

Woordfamilie van wegvliegen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
vlieg weg gebiedende wijs wegvliegen
vliege weg woordvorm wegvliegen
vliegen weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon wegvliegen
vliegt weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon wegvliegen
vlogen weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon wegvliegen
vloog weg verleden tijd wegvliegen
weggevlogen voltooid deelwoord wegvliegen
wegvlieg subordinate-clause, tegenwoordige tijd wegvliegen
wegvliege with-subordinate-clause wegvliegen
wegvliegend onvoltooid deelwoord wegvliegen
wegvliegende woordvorm wegvliegen
wegvliegt subordinate-clause, tegenwoordige tijd wegvliegen
wegvlogen subordinate-clause, verleden tijd wegvliegen
wegvloog subordinate-clause, verleden tijd wegvliegen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wegvliegen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over wegvliegen

Hoe spreek ik wegvliegen uit?
Zo spreek je wegvliegen uit: /ˈwɛxfliɣə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van wegvliegen?
Wegvliegen is een werkwoord. De betekenis is: een plaats vliegend verlaten. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik wegvliegen?
Zo vervoeg je wegvliegen zo: het voltooid deelwoord is weggevlogen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord wegvliegen is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. V 4
  5. L 3
  6. I 1
  7. E 1
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

wegvliegen levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 102 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. V 4
  5. L 3
  6. I 2
  7. E 1
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 24 zonder bonus
  12. 102 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

wegvliegen in het kort

wegvliegen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van wegvliegen staan er 48 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort wegvliegen bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

wegvliegen: een plaats vliegend verlaten
Deel wegvliegen — standaardnederlands.nl