meevliegen
werkwoordBetekenis
- op een vlucht vergezellen
- in een vlucht meereizen
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van meevliegen
meevliegenhele werkwoord — vloog meeverleden tijd enkelvoud — vlogen meeverleden tijd meervoud — meegevlogenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vlieg mee | vloog mee |
| jij | vliegt mee | vloog mee |
| hij, zij, het | vliegt mee | vloog mee |
| wij | vliegen mee | vlogen mee |
| jullie | vliegen mee | vlogen mee |
| zij | vliegen mee | vlogen mee |
Alle 76 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben meegevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent meegevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is meegevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is meegevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| mee te vliegen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| mee te zullen vliegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| mee zal vliegen | bijzin, toekomende tijd |
| mee zou vliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| mee zouden vliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| mee zoudt vliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| mee zullen vliegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| mee zullen vliegen | bijzin, toekomende tijd |
| mee zult vliegen | bijzin, toekomende tijd |
| meegevlogen | verleden tijd, deelwoord |
| meegevlogen te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| meegevlogen zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| meevlieg | bijzin, tegenwoordige tijd |
| meevliegend | onvoltooid, deelwoord |
| meevliegt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| meevlogen | bijzin, verleden tijd |
| meevloog | bijzin, verleden tijd |
| meevloogt | bijzin, verleden tijd |
| te zijn meegevlogen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen meevliegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vlieg mee | gebiedende wijs |
| vloog mee | verleden tijd |
| waart meegevlogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren meegevlogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren meegevlogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren meegevlogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was meegevlogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was meegevlogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was meegevlogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal meegevlogen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal meegevlogen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal meegevlogen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal meevliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal meevliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal meevliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal meevliegen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn meegevlogen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn meegevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn meegevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn meegevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt meegevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou meegevlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou meegevlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou meegevlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou meevliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou meevliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou meevliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou meevliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) meevliegen mee zou(dt) vliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden meegevlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden meegevlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden meegevlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden meevliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden meevliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden meevliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden meevliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt meegevlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt meevliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt meevliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen meegevlogen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen meegevlogen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen meegevlogen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen meevliegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen meevliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen meevliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen meevliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen meevliegen | bijzin, toekomende tijd |
| zult meegevlogen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult meevliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult meevliegen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal meevliegen mee zult/zal vliegen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van mee bw en vliegen ww
Woordfamilie van meevliegen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| meegevlogen | voltooid deelwoord | meevliegen |
| meevlieg | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | meevliegen |
| meevliege | with-subordinate-clause | meevliegen |
| meevliegend | onvoltooid deelwoord | meevliegen |
| meevliegende | woordvorm | meevliegen |
| meevliegt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | meevliegen |
| meevlogen | subordinate-clause, verleden tijd | meevliegen |
| meevloog | subordinate-clause, verleden tijd | meevliegen |
| vlieg mee | gebiedende wijs | meevliegen |
| vliege mee | woordvorm | meevliegen |
| vliegen mee | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | meevliegen |
| vliegt mee | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | meevliegen |
| vlogen mee | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | meevliegen |
| vloog mee | verleden tijd | meevliegen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van meevliegen zijn vastgelegd.