wiegen
werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈwiɣə(n)/Betekenis
- zachtjes heen en weer bewegen, gewoonlijk om een zuigeling in slaap te brengen
- wegen
- wuiven
- een kind in een wieg heen en weer bewegen
Hoe spreek je wiegen uit?
/ˈwixən/
Wiegen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| i | riet |
| x | acht |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Klinkt hetzelfde als wijchen.
Vervoeging van wiegen
wiegenhele werkwoord — wiegdeverleden tijd enkelvoud — wiegdenverleden tijd meervoud — gewiegdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | wieg | wiegde |
| jij | wiegt | wiegde |
| hij, zij, het | wiegt | wiegde |
| wij | wiegen | wiegden |
| jullie | wiegen | wiegden |
| zij | wiegen | wiegden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gewiegd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gewiegd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gewiegd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gewiegd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gewiegd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gewiegd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gewiegd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gewiegd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gewiegd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gewiegd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gewiegd | verleden tijd, deelwoord |
| gewiegd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gewiegd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gewiegd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewiegd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewiegd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewiegd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gewiegd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gewiegd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gewiegd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gewiegd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gewiegd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gewiegd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gewiegd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gewiegd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gewiegd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gewiegd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gewiegd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gewiegd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewiegd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gewiegd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewiegd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gewiegd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gewiegd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewiegd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewiegd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gewiegd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gewiegd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gewiegd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te wiegen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen wiegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gewiegd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gewiegd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gewiegd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gewiegd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gewiegd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gewiegd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gewiegd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gewiegd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gewiegd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gewiegd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gewiegd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gewiegd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gewiegd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gewiegd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| wieg | gebiedende wijs |
| wiegde | verleden tijd |
| wiege | aanvoegende wijs |
| wiegend | onvoltooid, deelwoord |
| word gewiegd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gewiegd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gewiegd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gewiegd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gewiegd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gewiegd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gewiegd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewiegd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gewiegd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gewiegd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewiegd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gewiegd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewiegd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal wiegen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal wiegen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal wiegen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gewiegd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gewiegd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gewiegd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gewiegd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gewiegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gewiegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gewiegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gewiegd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gewiegd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gewiegd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gewiegd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gewiegd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gewiegd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou wiegen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou wiegen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou wiegen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gewiegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gewiegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gewiegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gewiegd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gewiegd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gewiegd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gewiegd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gewiegd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gewiegd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden wiegen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden wiegen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden wiegen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gewiegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gewiegd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gewiegd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt wiegen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gewiegd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gewiegd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gewiegd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gewiegd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gewiegd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gewiegd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gewiegd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gewiegd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gewiegd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen wiegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen wiegen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen wiegen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen wiegen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gewiegd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gewiegd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gewiegd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult wiegen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord wieg
Herkomst
In de betekenis van ‘schommelen’ voor het eerst aangetroffen in 1351
Woordfamilie van wiegen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gewiegd | voltooid deelwoord | wiegen |
| gewiegde | woordvorm | wiegen |
| wiegde | verleden tijd | wiegen |
| wiegden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | wiegen |
| wiege | aanvoegende wijs | wiegen |
| wiegt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | wiegen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wiegen zijn vastgelegd.