Naar de inhoud

wiegen

zachtjes heen en weer bewegen, gewoonlijk om een zuigeling in slaap te brengen

wiegen is meer dan één woord

wiegen

werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈwiɣə(n)/

Betekenis

  1. zachtjes heen en weer bewegen, gewoonlijk om een zuigeling in slaap te brengen
  2. wegen
  3. wuiven
  4. een kind in een wieg heen en weer bewegen

Hoe spreek je wiegen uit?

/ˈwixən/

Wiegen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈwixən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
w quiz
i riet
x acht
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Klinkt hetzelfde als wijchen.

Vervoeging van wiegen

wiegenhele werkwoord — wiegdeverleden tijd enkelvoud — wiegdenverleden tijd meervoud — gewiegdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik wieg wiegde
jij wiegt wiegde
hij, zij, het wiegt wiegde
wij wiegen wiegden
jullie wiegen wiegden
zij wiegen wiegden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gewiegd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gewiegd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gewiegd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gewiegd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gewiegd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gewiegd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gewiegd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gewiegd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gewiegd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gewiegd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gewiegd verleden tijd, deelwoord
gewiegd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gewiegd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gewiegd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewiegd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewiegd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewiegd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gewiegd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gewiegd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gewiegd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gewiegd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gewiegd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gewiegd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gewiegd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gewiegd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gewiegd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gewiegd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gewiegd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gewiegd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewiegd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gewiegd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewiegd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gewiegd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gewiegd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewiegd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewiegd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gewiegd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gewiegd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gewiegd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te wiegen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen wiegen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gewiegd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gewiegd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gewiegd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gewiegd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gewiegd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gewiegd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gewiegd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gewiegd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gewiegd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gewiegd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gewiegd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gewiegd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gewiegd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gewiegd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
wieg gebiedende wijs
wiegde verleden tijd
wiege aanvoegende wijs
wiegend onvoltooid, deelwoord
word gewiegd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gewiegd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gewiegd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gewiegd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gewiegd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gewiegd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gewiegd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gewiegd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gewiegd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gewiegd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gewiegd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gewiegd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gewiegd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal wiegen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal wiegen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal wiegen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gewiegd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gewiegd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gewiegd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gewiegd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gewiegd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gewiegd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gewiegd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gewiegd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gewiegd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gewiegd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gewiegd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gewiegd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gewiegd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou wiegen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou wiegen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou wiegen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gewiegd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gewiegd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gewiegd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gewiegd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gewiegd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gewiegd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gewiegd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gewiegd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gewiegd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden wiegen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden wiegen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden wiegen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gewiegd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gewiegd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gewiegd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt wiegen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gewiegd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gewiegd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gewiegd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gewiegd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gewiegd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gewiegd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gewiegd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gewiegd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gewiegd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen wiegen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen wiegen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen wiegen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen wiegen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gewiegd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gewiegd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gewiegd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult wiegen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord wieg

Herkomst

In de betekenis van ‘schommelen’ voor het eerst aangetroffen in 1351

Woordfamilie van wiegen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gewiegd voltooid deelwoord wiegen
gewiegde woordvorm wiegen
wiegde verleden tijd wiegen
wiegden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon wiegen
wiege aanvoegende wijs wiegen
wiegt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon wiegen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wiegen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over wiegen

Hoe spreek je wiegen uit?
De uitspraak van wiegen is: /ˈwiɣə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent wiegen?
Wiegen is een werkwoord. Het woord betekent: zachtjes heen en weer bewegen, gewoonlijk om een zuigeling in slaap te brengen. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je wiegen?
Je vervoegt wiegen als volgt: de tegenwoordige tijd is wieg, de verleden tijd is wiegde en het voltooid deelwoord is gewiegd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op wiegen?

Er staan 9 woorden in dit woordenboek die op wiegen rijmen, waaronder vliegen, bedriegen en liegen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op wiegen, uitspraak ˈwixən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
vliegen 2
bedriegen 3
liegen 2
bevliegen 3
overvliegen 4
botervliegen 4
buitenvliegen 4
miegen 2
wijchen 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord wiegen is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. I 1
  3. E 1
  4. G 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

wiegen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. I 2
  3. E 1
  4. G 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 13 zonder bonus
  8. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

wiegen telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

wiegen in het kort

wiegen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van wiegen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort wiegen bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

wiegen: zachtjes heen en weer bewegen, gewoonlijk om een zuigeling in slaap te brengen
Deel wiegen — standaardnederlands.nl