opperen
werkwoordBetekenis
- iets voorstellen, aanvoeren
- aanvoeren (bij metselaars), als opperman bezig zijn
Vervoeging van opperen
opperenhele werkwoord — opperdeverleden tijd enkelvoud — opperdenverleden tijd meervoud — geopperdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | opper | opperde |
| jij | oppert | opperde |
| hij, zij, het | oppert | opperde |
| wij | opperen | opperden |
| jullie | opperen | opperden |
| zij | opperen | opperden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geopperd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geopperd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geopperd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geopperd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geopperd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geopperd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geopperd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geopperd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geopperd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geopperd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geopperd | verleden tijd, deelwoord |
| geopperd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geopperd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geopperd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geopperd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geopperd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geopperd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geopperd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geopperd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geopperd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geopperd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geopperd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geopperd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geopperd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geopperd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geopperd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geopperd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geopperd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geopperd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geopperd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geopperd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geopperd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geopperd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geopperd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geopperd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geopperd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geopperd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geopperd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| opper | gebiedende wijs |
| opperde | verleden tijd |
| oppere | aanvoegende wijs |
| opperend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geopperd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te opperen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen opperen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geopperd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geopperd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geopperd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geopperd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geopperd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geopperd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geopperd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geopperd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geopperd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geopperd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geopperd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geopperd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geopperd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geopperd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geopperd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geopperd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geopperd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geopperd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geopperd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geopperd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geopperd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geopperd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geopperd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geopperd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geopperd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geopperd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geopperd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal opperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal opperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal opperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geopperd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geopperd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geopperd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geopperd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geopperd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geopperd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geopperd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geopperd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geopperd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geopperd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geopperd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geopperd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geopperd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou opperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou opperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou opperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geopperd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geopperd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geopperd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geopperd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geopperd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geopperd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geopperd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geopperd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geopperd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden opperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden opperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden opperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geopperd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geopperd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geopperd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt opperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geopperd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geopperd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geopperd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geopperd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geopperd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geopperd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geopperd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geopperd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geopperd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen opperen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen opperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen opperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen opperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geopperd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geopperd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geopperd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult opperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘te berde brengen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1733
Woordfamilie van opperen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geopperd | voltooid deelwoord | opperen |
| opperde | verleden tijd | opperen |
| opperden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | opperen |
| oppere | aanvoegende wijs | opperen |
| opperend | onvoltooid deelwoord | opperen |
| opperende | woordvorm | opperen |
| oppert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | opperen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opperen zijn vastgelegd.