suggereren
werkwoordBetekenis
- voorstellen; een suggestie doen; een tip of alternatieve methode geven
- beweren, de suggestie wekken
Vervoeging van suggereren
suggererenhele werkwoord — suggereerdeverleden tijd enkelvoud — suggereerdenverleden tijd meervoud — gesuggereerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | suggereer | suggereerde |
| jij | suggereert | suggereerde |
| hij, zij, het | suggereert | suggereerde |
| wij | suggereren | suggereerden |
| jullie | suggereren | suggereerden |
| zij | suggereren | suggereerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gesuggereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gesuggereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gesuggereerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gesuggereerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gesuggereerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gesuggereerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gesuggereerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gesuggereerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gesuggereerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gesuggereerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gesuggereerd | verleden tijd, deelwoord |
| gesuggereerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gesuggereerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gesuggereerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesuggereerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesuggereerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesuggereerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gesuggereerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gesuggereerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gesuggereerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gesuggereerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gesuggereerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gesuggereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gesuggereerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gesuggereerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gesuggereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gesuggereerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gesuggereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gesuggereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesuggereerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gesuggereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesuggereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gesuggereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gesuggereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesuggereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesuggereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gesuggereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gesuggereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| suggereer | gebiedende wijs |
| suggereerde | verleden tijd |
| suggerere | aanvoegende wijs |
| suggererend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gesuggereerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te suggereren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen suggereren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gesuggereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gesuggereerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gesuggereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gesuggereerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gesuggereerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gesuggereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gesuggereerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gesuggereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gesuggereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gesuggereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gesuggereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gesuggereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gesuggereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gesuggereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gesuggereerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gesuggereerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gesuggereerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gesuggereerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gesuggereerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gesuggereerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gesuggereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesuggereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gesuggereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gesuggereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesuggereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gesuggereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesuggereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal suggereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal suggereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal suggereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gesuggereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gesuggereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gesuggereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gesuggereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gesuggereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesuggereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesuggereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gesuggereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesuggereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gesuggereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesuggereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesuggereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesuggereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou suggereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou suggereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou suggereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gesuggereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gesuggereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gesuggereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gesuggereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gesuggereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gesuggereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gesuggereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gesuggereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gesuggereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden suggereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden suggereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden suggereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gesuggereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gesuggereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gesuggereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt suggereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gesuggereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gesuggereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gesuggereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gesuggereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gesuggereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gesuggereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gesuggereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gesuggereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gesuggereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen suggereren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen suggereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen suggereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen suggereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gesuggereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gesuggereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gesuggereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult suggereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘opperen’ voor het eerst aangetroffen in 1843
Woordfamilie van suggereren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| suggereer | gebiedende wijs | suggereren |
| suggereerde | verleden tijd | suggereren |
| suggereerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | suggereren |
| suggereert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | suggereren |
| suggerere | aanvoegende wijs | suggereren |
| suggererend | onvoltooid deelwoord | suggereren |
| suggererende | woordvorm | suggereren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van suggereren zijn vastgelegd.