influisteren
werkwoordBetekenis
- iemand heimelijk iets zeggen
- iets met een geringe geluidssterkte in het oor zeggen
- voorzeggen tijdens een toneel voorstelling, souffleren
- proberen door zachtjes te spreken iemands gedachten of handelen te sturen
Vervoeging van influisteren
influisterenhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van in en fluisteren
Woordfamilie van influisteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fluister in | woordvorm | influisteren |
| fluisterde in | woordvorm | influisteren |
| fluisterden in | woordvorm | influisteren |
| fluistere in | woordvorm | influisteren |
| fluisteren in | woordvorm | influisteren |
| fluistert in | woordvorm | influisteren |
| influister | with-subordinate-clause | influisteren |
| influisterde | with-subordinate-clause | influisteren |
| influisterden | with-subordinate-clause | influisteren |
| influistere | with-subordinate-clause | influisteren |
| influisterend | woordvorm | influisteren |
| influisterende | woordvorm | influisteren |
| influistert | with-subordinate-clause | influisteren |
| ingefluisterd | woordvorm | influisteren |
| ingefluisterde | woordvorm | influisteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van influisteren zijn vastgelegd.