Naar de inhoud

voorstellen

het voorleggen van een idee aan iemand

voorstellen is meer dan één woord

voorstellen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈvorstɛlə(n)

Betekenis

  1. het voorleggen van een idee aan iemand
  2. het geven van een beeld van iets
  3. vertellen wie iemand is
  4. zich voorstellen: vertellen wie je bent
  5. een beeld in de geest maken of oproepen

Hoe spreek je voorstellen uit?

/ˈvorstɛlən/

Voorstellen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈvorstɛlən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
o boot
r rood
s sok
t tak
ɛ bed
l land
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. in werkelijkheid zijn

Vervoeging van voorstellen

voorstellenhele werkwoord — stelde voorverleden tijd enkelvoud — stelden voorverleden tijd meervoud — voorgesteldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stel voor stelde voor
jij stelt voor stelde voor
hij, zij, het stelt voor stelde voor
wij stellen voor stelden voor
jullie stellen voor stelden voor
zij stellen voor stelden voor
Alle 158 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben voorgesteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent voorgesteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is voorgesteld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was voorgesteld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd voorgesteld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt voorgesteld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal voorgesteld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal voorgesteld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou voorgesteld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou voorgesteld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had voorgesteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had voorgesteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had voorgesteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden voorgesteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden voorgesteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden voorgesteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt voorgesteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb voorgesteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben voorgesteld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben voorgesteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben voorgesteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben voorgesteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt voorgesteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft voorgesteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft voorgesteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is voorgesteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is voorgesteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stel u/je voor, stelt je voor gebiedende wijs
stel voor gebiedende wijs
stelde voor verleden tijd
te hebben voorgesteld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen voorstellen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voor te stellen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voor te zullen stellen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voor zal stellen bijzin, toekomende tijd
voor zou stellen bijzin, voorwaardelijk
voor zouden stellen bijzin, voorwaardelijk
voor zoudt stellen bijzin, voorwaardelijk
voor zullen stellen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
voor zullen stellen bijzin, toekomende tijd
voor zult stellen bijzin, toekomende tijd
voorgesteld verleden tijd, deelwoord
voorgesteld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voorgesteld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voorgesteld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
voorgesteld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voorgesteld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
voorgesteld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
voorgesteld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
voorgesteld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
voorgesteld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
voorgesteld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
voorstel bijzin, tegenwoordige tijd
voorstelde bijzin, verleden tijd
voorstelden bijzin, verleden tijd
voorstellend onvoltooid, deelwoord
voorstelt bijzin, tegenwoordige tijd
waart voorgesteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren voorgesteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren voorgesteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren voorgesteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was voorgesteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was voorgesteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was voorgesteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd voorgesteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd voorgesteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd voorgesteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden voorgesteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden voorgesteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden voorgesteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt voorgesteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word voorgesteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden voorgesteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden voorgesteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden voorgesteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt voorgesteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt voorgesteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal me voorstellen eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal voorgesteld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voorgesteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal voorgesteld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal voorgesteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voorgesteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal voorgesteld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voorgesteld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal voorstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal voorstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal voorstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal voorstellen bijzin, toekomende tijd
zal zich voorstellen derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je voorstellen tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich voorgesteld hebben verleden tijd
zich voorstellend onvoltooid, deelwoord
zijn voorgesteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn voorgesteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn voorgesteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt voorgesteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou voorgesteld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voorgesteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voorgesteld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou voorgesteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voorgesteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou voorgesteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voorgesteld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voorgesteld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voorgesteld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou voorstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou voorstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou voorstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou voorstellen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) voorstellen voor zou(dt) stellen bijzin, voorwaardelijk
zouden voorgesteld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden voorgesteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden voorgesteld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voorgesteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden voorgesteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden voorgesteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voorgesteld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden voorgesteld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden voorgesteld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voorstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden voorstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden voorstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden voorstellen bijzin, voorwaardelijk
zoudt voorgesteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voorgesteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voorgesteld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voorstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt voorstellen bijzin, voorwaardelijk
zullen je voorstellen tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons voorstellen eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen voorgesteld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen voorgesteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen voorgesteld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen voorgesteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen voorgesteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen voorgesteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen voorgesteld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord voorstel

Herkomst

samenstelling van voor en stellen

Woordfamilie van voorstellen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
stel voor gebiedende wijs voorstellen
stelde voor verleden tijd voorstellen
stelden voor aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon voorstellen
stelle voor woordvorm voorstellen
stellen voor aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon voorstellen
stelt voor aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon voorstellen
voorstelde subordinate-clause, verleden tijd voorstellen
voorstelden subordinate-clause, verleden tijd voorstellen
voorstelle with-subordinate-clause voorstellen
voorstellend onvoltooid deelwoord voorstellen
voorstellende woordvorm voorstellen
voorstelt subordinate-clause, tegenwoordige tijd voorstellen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voorstellen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over voorstellen

Hoe spreek je voorstellen uit?
De uitspraak van voorstellen is: /ˈvorstɛlə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent voorstellen?
Voorstellen is een werkwoord. Het woord betekent: het voorleggen van een idee aan iemand. Deze pagina beschrijft 6 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je voorstellen?
Je vervoegt voorstellen als volgt: het voltooid deelwoord is voorgesteld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord voorstellen is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. S 2
  6. T 2
  7. E 1
  8. L 3
  9. L 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

voorstellen levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. S 2
  6. T 2
  7. E 1
  8. L 3
  9. L 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 zonder bonus
  13. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

voorstellen in het kort

voorstellen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 6 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van voorstellen zijn 99 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort voorstellen bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

voorstellen: het voorleggen van een idee aan iemand
Deel voorstellen — standaardnederlands.nl