Naar de inhoud

betuigen

iets duidelijk stellen

betuigen

werkwoord /bəˈtœʏxə(n)/

Betekenis

  1. iets duidelijk stellen

Hoe spreek je betuigen uit?

/bəˈtœyxən/

Betuigen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /bəˈtœyxən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ə de
t tak
œy huis
x acht
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van betuigen

betuigenhele werkwoord — betuigdeverleden tijd enkelvoud — betuigdenverleden tijd meervoud — betuigdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik betuig betuigde
jij betuigt betuigde
hij, zij, het betuigt betuigde
wij betuigen betuigden
jullie betuigen betuigden
zij betuigen betuigden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben betuigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent betuigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
betuig gebiedende wijs
betuigd verleden tijd, deelwoord
betuigd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
betuigd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
betuigd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
betuigd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
betuigd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
betuigd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
betuigd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
betuigd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
betuigd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
betuigd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
betuigde verleden tijd
betuige aanvoegende wijs
betuigend onvoltooid, deelwoord
er is betuigd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was betuigd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd betuigd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt betuigd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal betuigd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal betuigd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou betuigd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou betuigd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had betuigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had betuigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had betuigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden betuigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden betuigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden betuigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt betuigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb betuigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben betuigd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben betuigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben betuigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben betuigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt betuigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft betuigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft betuigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is betuigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is betuigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te betuigen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben betuigd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen betuigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart betuigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren betuigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren betuigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren betuigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was betuigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was betuigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was betuigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd betuigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd betuigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd betuigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden betuigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden betuigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden betuigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt betuigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word betuigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden betuigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden betuigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden betuigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt betuigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt betuigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal betuigd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal betuigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal betuigd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal betuigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal betuigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal betuigd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal betuigd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal betuigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal betuigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal betuigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn betuigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn betuigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn betuigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt betuigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou betuigd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou betuigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou betuigd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou betuigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou betuigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou betuigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou betuigd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou betuigd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou betuigd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou betuigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou betuigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou betuigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden betuigd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden betuigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden betuigd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden betuigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden betuigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden betuigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden betuigd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden betuigd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden betuigd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden betuigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden betuigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden betuigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt betuigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt betuigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt betuigd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt betuigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen betuigd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen betuigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen betuigd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen betuigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen betuigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen betuigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen betuigd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen betuigd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen betuigd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen betuigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen betuigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen betuigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen betuigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult betuigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult betuigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult betuigd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult betuigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘verzekeren’ voor het eerst aangetroffen in 1270

Woordfamilie van betuigen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
betuig gebiedende wijs betuigen
betuigd voltooid deelwoord betuigen
betuigde verleden tijd betuigen
betuigden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon betuigen
betuige aanvoegende wijs betuigen
betuigend onvoltooid deelwoord betuigen
betuigende woordvorm betuigen
betuigt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon betuigen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van betuigen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over betuigen

Hoe spreek ik betuigen uit?
Zo spreek je betuigen uit: /bəˈtœʏxə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van betuigen?
Betuigen is een werkwoord. De betekenis is: iets duidelijk stellen.
Hoe vervoeg ik betuigen?
Zo vervoeg je betuigen zo: de tegenwoordige tijd is betuig, de verleden tijd is betuigde en het voltooid deelwoord is betuigd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op betuigen?

In dit woordenboek rijmen 4 woorden op -uigen op betuigen, zoals overtuigen, buigen en zuigen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op betuigen, uitspraak bəˈtœyxən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
overtuigen 4
buigen 2
zuigen 2
verruigen 3

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord betuigen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. T 2
  4. U 4
  5. I 1
  6. G 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

betuigen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. T 2
  4. U 2
  5. I 2
  6. G 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 zonder bonus
  10. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

betuigen in het kort

betuigen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van betuigen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort betuigen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

betuigen: iets duidelijk stellen
Deel betuigen — standaardnederlands.nl