Naar de inhoud

uitdrukken

zich ~: een gevoel of gedachte in taal verwoorden

uitdrukken

werkwoord ˈœydrʏkə(n)

Betekenis

  1. zich ~: een gevoel of gedachte in taal verwoorden

Hoe spreek je uitdrukken uit?

/ˈœydrʏkən/

Uitdrukken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈœydrʏkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
œy huis
d dak
r rood
ʏ put
k kat
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. iets proberen te communiceren in iets anders dan woorden

Vervoeging van uitdrukken

uitdrukkenhele werkwoord — drukte uitverleden tijd enkelvoud — drukten uitverleden tijd meervoud — uitgedruktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik druk uit drukte uit
jij drukt uit drukte uit
hij, zij, het drukt uit drukte uit
wij drukken uit drukten uit
jullie drukken uit drukten uit
zij drukken uit drukten uit
Alle 158 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben uitgedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent uitgedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
druk u/je uit, drukt je uit gebiedende wijs
druk uit gebiedende wijs
drukte uit verleden tijd
er is uitgedrukt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was uitgedrukt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd uitgedrukt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt uitgedrukt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal uitgedrukt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal uitgedrukt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou uitgedrukt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou uitgedrukt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had uitgedrukt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had uitgedrukt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had uitgedrukt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden uitgedrukt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden uitgedrukt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden uitgedrukt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt uitgedrukt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb uitgedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgedrukt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben uitgedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben uitgedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt uitgedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is uitgedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is uitgedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben uitgedrukt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen uitdrukken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit te drukken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uit te zullen drukken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit zal drukken bijzin, toekomende tijd
uit zou drukken bijzin, voorwaardelijk
uit zouden drukken bijzin, voorwaardelijk
uit zoudt drukken bijzin, voorwaardelijk
uit zullen drukken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uit zullen drukken bijzin, toekomende tijd
uit zult drukken bijzin, toekomende tijd
uitdruk bijzin, tegenwoordige tijd
uitdrukkend onvoltooid, deelwoord
uitdrukt bijzin, tegenwoordige tijd
uitdrukte bijzin, verleden tijd
uitdrukten bijzin, verleden tijd
uitgedrukt verleden tijd, deelwoord
uitgedrukt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgedrukt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgedrukt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgedrukt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgedrukt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgedrukt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgedrukt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgedrukt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgedrukt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgedrukt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
waart uitgedrukt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgedrukt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren uitgedrukt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgedrukt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was uitgedrukt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was uitgedrukt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was uitgedrukt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd uitgedrukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd uitgedrukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd uitgedrukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden uitgedrukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden uitgedrukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden uitgedrukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt uitgedrukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word uitgedrukt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden uitgedrukt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden uitgedrukt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden uitgedrukt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt uitgedrukt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt uitgedrukt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal me uitdrukken eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal uitdrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal uitdrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal uitdrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal uitdrukken bijzin, toekomende tijd
zal uitgedrukt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgedrukt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal uitgedrukt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitgedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal uitgedrukt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgedrukt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal zich uitdrukken derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je uitdrukken tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich uitdrukkend onvoltooid, deelwoord
zich uitgedrukt hebben verleden tijd
zijn uitgedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn uitgedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn uitgedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt uitgedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou uitdrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou uitdrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou uitdrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou uitdrukken bijzin, voorwaardelijk
zou uitgedrukt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgedrukt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgedrukt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitgedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou uitgedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgedrukt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgedrukt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgedrukt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) uitdrukken uit zou(dt) drukken bijzin, voorwaardelijk
zouden uitdrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitdrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitdrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden uitdrukken bijzin, voorwaardelijk
zouden uitgedrukt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgedrukt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgedrukt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitgedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitgedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgedrukt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgedrukt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgedrukt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt uitdrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt uitdrukken bijzin, voorwaardelijk
zoudt uitgedrukt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgedrukt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen je uitdrukken tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons uitdrukken eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen uitdrukken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen uitdrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitdrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitdrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen uitdrukken bijzin, toekomende tijd
zullen uitgedrukt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgedrukt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van uit bw en drukken ww

Woordfamilie van uitdrukken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
druk uit gebiedende wijs uitdrukken
drukke uit woordvorm uitdrukken
drukken uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon uitdrukken
drukt uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon uitdrukken
drukte uit verleden tijd uitdrukken
drukten uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon uitdrukken
uitdruk subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitdrukken
uitdrukke with-subordinate-clause uitdrukken
uitdrukkend onvoltooid deelwoord uitdrukken
uitdrukkende woordvorm uitdrukken
uitdrukt subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitdrukken
uitdrukte subordinate-clause, verleden tijd uitdrukken
uitdrukten subordinate-clause, verleden tijd uitdrukken
uitgedrukt voltooid deelwoord uitdrukken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitdrukken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over uitdrukken

Hoe spreek ik uitdrukken uit?
Zo spreek je uitdrukken uit: /ˈœydrʏkə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van uitdrukken?
Uitdrukken is een werkwoord. De betekenis is: zich ~: een gevoel of gedachte in taal verwoorden. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik uitdrukken?
Zo vervoeg je uitdrukken zo: het voltooid deelwoord is uitgedrukt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord uitdrukken is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. U 4
  2. I 1
  3. T 2
  4. D 2
  5. R 2
  6. U 4
  7. K 3
  8. K 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

uitdrukken levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. U 2
  2. I 2
  3. T 2
  4. D 2
  5. R 2
  6. U 2
  7. K 3
  8. K 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 zonder bonus
  12. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

uitdrukken in het kort

uitdrukken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van uitdrukken staan er 99 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort uitdrukken bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

uitdrukken: zich ~: een gevoel of gedachte in taal verwoorden
Deel uitdrukken — standaardnederlands.nl