Naar de inhoud

schminken

een gezicht beschilderen, overdreven make-up opdoen

schminken

werkwoord

Betekenis

  1. een gezicht beschilderen, overdreven make-up opdoen

Vervoeging van schminken

schminkenhele werkwoord — schminkteverleden tijd enkelvoud — schminktenverleden tijd meervoud — geschminktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik schmink schminkte
jij schminkt schminkte
hij, zij, het schminkt schminkte
wij schminken schminkten
jullie schminken schminkten
zij schminken schminkten
Alle 97 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is geschminkt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geschminkt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geschminkt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geschminkt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geschminkt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geschminkt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geschminkt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geschminkt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geschminkt verleden tijd, deelwoord
geschminkt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geschminkt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geschminkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geschminkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geschminkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geschminkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geschminkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geschminkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geschminkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geschminkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschminkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geschminkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschminkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geschminkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geschminkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschminkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschminkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
schmink gebiedende wijs
schmink me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
schmink u/je , schminkt je gebiedende wijs
schminke aanvoegende wijs
schminke zich aanvoegende wijs
schminken je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
schminken ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
schminken zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
schminkend onvoltooid, deelwoord
schminkt je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
schminkt u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
schminkt u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
schminkt zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
schminkt zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
schminkt zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
schminkte verleden tijd
schminkte je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
schminkte me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
schminkte u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
schminkte u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
schminkte zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
schminkte zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
schminkte zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
schminkten je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
schminkten ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
schminkten zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
te hebben geschminkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te schminken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen schminken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geschminkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geschminkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geschminkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal me schminken eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal schminken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal schminken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal schminken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal zich schminken derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je schminken tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich geschminkt hebben verleden tijd
zich schminkend onvoltooid, deelwoord
zou geschminkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geschminkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geschminkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou schminken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou schminken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou schminken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geschminkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geschminkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geschminkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden schminken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden schminken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden schminken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geschminkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt schminken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geschminkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geschminkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geschminkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen je schminken tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons schminken eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen schminken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen schminken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen schminken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen schminken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen zich schminken derde persoon, toekomende tijd, meervoud
zult geschminkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult schminken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult u schminken tweede persoon
zult u schminken tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zult zich/u schminken tweede persoon
zult zich/u schminken tweede persoon, toekomende tijd, meervoud

Woordfamilie van schminken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
schminke aanvoegende wijs schminken
schminkend onvoltooid deelwoord schminken
schminkende woordvorm schminken
schminkt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon schminken
schminkte verleden tijd schminken
schminkten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon schminken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schminken zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over schminken

Wat betekent schminken?
Schminken is een werkwoord. Het woord betekent: een gezicht beschilderen, overdreven make-up opdoen.
Hoe vervoeg je schminken?
Je vervoegt schminken als volgt: de tegenwoordige tijd is schmink, de verleden tijd is schminkte en het voltooid deelwoord is geschminkt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord schminken is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. M 3
  5. I 1
  6. N 1
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

schminken levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. M 3
  5. I 2
  6. N 1
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 22 zonder bonus
  11. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

schminken in het kort

schminken staat in dit woordenboek als werkwoord. Van schminken zijn 68 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort schminken bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

schminken: een gezicht beschilderen, overdreven make-up opdoen
Deel schminken — standaardnederlands.nl