Naar de inhoud

uitdrinken

drinken tot iets leeg is

uitdrinken

werkwoord

Betekenis

  1. drinken tot iets leeg is
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van uitdrinken

uitdrinkenhele werkwoord — dronk uitverleden tijd enkelvoud — dronken uitverleden tijd meervoud — uitgedronkenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik drink uit dronk uit
jij drinkt uit dronk uit
hij, zij, het drinkt uit dronk uit
wij drinken uit dronken uit
jullie drinken uit dronken uit
zij drinken uit dronken uit
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben uitgedronken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent uitgedronken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
drink uit gebiedende wijs
dronk uit verleden tijd
er is uitgedronken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was uitgedronken impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd uitgedronken impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt uitgedronken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal uitgedronken worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal uitgedronken zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou uitgedronken worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou uitgedronken zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had uitgedronken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had uitgedronken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had uitgedronken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden uitgedronken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden uitgedronken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden uitgedronken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt uitgedronken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb uitgedronken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgedronken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben uitgedronken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgedronken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben uitgedronken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt uitgedronken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgedronken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgedronken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is uitgedronken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is uitgedronken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben uitgedronken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen uitdrinken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit te drinken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uit te zullen drinken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit zal drinken bijzin, toekomende tijd
uit zou drinken bijzin, voorwaardelijk
uit zouden drinken bijzin, voorwaardelijk
uit zoudt drinken bijzin, voorwaardelijk
uit zullen drinken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uit zullen drinken bijzin, toekomende tijd
uit zult drinken bijzin, toekomende tijd
uitdrink bijzin, tegenwoordige tijd
uitdrinkend onvoltooid, deelwoord
uitdrinkt bijzin, tegenwoordige tijd
uitdronk bijzin, verleden tijd
uitdronken bijzin, verleden tijd
uitgedronken verleden tijd, deelwoord
uitgedronken te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgedronken te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgedronken te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgedronken te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgedronken te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgedronken worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgedronken zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgedronken zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgedronken zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgedronken zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
waart uitgedronken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgedronken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren uitgedronken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgedronken voltooid, verleden tijd, derde persoon
was uitgedronken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was uitgedronken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was uitgedronken voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd uitgedronken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd uitgedronken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd uitgedronken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden uitgedronken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden uitgedronken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden uitgedronken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt uitgedronken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word uitgedronken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden uitgedronken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden uitgedronken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden uitgedronken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt uitgedronken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt uitgedronken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal uitdrinken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal uitdrinken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal uitdrinken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal uitdrinken bijzin, toekomende tijd
zal uitgedronken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgedronken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal uitgedronken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitgedronken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgedronken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal uitgedronken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgedronken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn uitgedronken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn uitgedronken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn uitgedronken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt uitgedronken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou uitdrinken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou uitdrinken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou uitdrinken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou uitdrinken bijzin, voorwaardelijk
zou uitgedronken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgedronken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgedronken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitgedronken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgedronken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou uitgedronken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgedronken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgedronken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgedronken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) uitdrinken uit zou(dt) drinken bijzin, voorwaardelijk
zouden uitdrinken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitdrinken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitdrinken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden uitdrinken bijzin, voorwaardelijk
zouden uitgedronken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgedronken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgedronken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgedronken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitgedronken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitgedronken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgedronken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgedronken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgedronken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt uitdrinken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt uitdrinken bijzin, voorwaardelijk
zoudt uitgedronken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgedronken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgedronken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen uitdrinken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen uitdrinken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitdrinken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitdrinken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen uitdrinken bijzin, toekomende tijd
zullen uitgedronken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgedronken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgedronken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgedronken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitgedronken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitgedronken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgedronken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgedronken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgedronken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult uitdrinken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van uit bw en drinken ww

Woordfamilie van uitdrinken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
drink uit gebiedende wijs uitdrinken
drinke uit woordvorm uitdrinken
drinken uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon uitdrinken
drinkt uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon uitdrinken
dronk uit verleden tijd uitdrinken
dronken uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon uitdrinken
uitdrink subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitdrinken
uitdrinke with-subordinate-clause uitdrinken
uitdrinkend onvoltooid deelwoord uitdrinken
uitdrinkende woordvorm uitdrinken
uitdrinkt subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitdrinken
uitdronk subordinate-clause, verleden tijd uitdrinken
uitdronken subordinate-clause, verleden tijd uitdrinken
uitgedronken voltooid deelwoord uitdrinken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitdrinken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over uitdrinken

Wat betekent uitdrinken?
Uitdrinken is een werkwoord. Het woord betekent: drinken tot iets leeg is. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je uitdrinken?
Je vervoegt uitdrinken als volgt: het voltooid deelwoord is uitgedronken. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord uitdrinken is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. U 4
  2. I 1
  3. T 2
  4. D 2
  5. R 2
  6. I 1
  7. N 1
  8. K 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

uitdrinken levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. U 2
  2. I 2
  3. T 2
  4. D 2
  5. R 2
  6. I 2
  7. N 1
  8. K 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 zonder bonus
  12. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

uitdrinken in het kort

uitdrinken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van uitdrinken zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort uitdrinken bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

uitdrinken: drinken tot iets leeg is
Deel uitdrinken — standaardnederlands.nl