| ev. |
gebiedende wijs
|
| gelogd |
verleden tijd, deelwoord
|
| gelogd te zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gelogd zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| had gelogd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| had gelogd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| had gelogd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadden gelogd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| hadden gelogd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| hadden gelogd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadt gelogd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| heb gelogd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben gelogd |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| hebben gelogd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben gelogd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| hebben gelogd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| hebt gelogd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft gelogd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft gelogd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| log |
gebiedende wijs
|
| logde |
verleden tijd
|
| logge |
aanvoegende wijs
|
| loggend |
onvoltooid, deelwoord
|
| te hebben gelogd |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te loggen |
actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te zullen loggen |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| zal gelogd hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gelogd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zal gelogd hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal loggen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
|
| zal loggen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|
| zal loggen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
|
| zou gelogd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gelogd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gelogd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou loggen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
|
| zou loggen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zou loggen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
|
| zouden gelogd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden gelogd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden gelogd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden loggen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden loggen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden loggen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zoudt gelogd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt loggen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zullen gelogd hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen gelogd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen gelogd hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen loggen |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| zullen loggen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen loggen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen loggen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zult gelogd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult loggen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|