logboek
zelfstandig naamwoord ˈlɔɣbukBetekenis
- een boek waarin tijdens de reis per schip alle gegevens over de navigatie worden genoteerd
- een dagboek waarin chronologisch wordt vermeld welke feiten, waarnemingen en gebeurtenissen hebben plaatsgevonden
Hoe spreek je logboek uit?
/ˈlɔxbuk/
Logboek bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| ɔ | bot |
| x | acht |
| b | bak |
| u | boek |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| logboeken | meervoud |
| logboekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| logboekjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘scheepsjournaal’ voor het eerst aangetroffen in 1782
Woordfamilie van logboek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| logboeken | meervoud | logboek |
| logboekje | verkleinwoord | logboek |
| logboekjes | verkleinwoord meervoud | logboek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van logboek zijn vastgelegd.