kokosnoot
zelfstandig naamwoord /'kokɔsnot/Betekenis
- een holle vrucht van de kokospalm met wit vruchtvlees en een vezelige bast
Hoe spreek je kokosnoot uit?
/ˈkokɔsnot/
Kokosnoot bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| o | boot |
| ɔ | bot |
| s | sok |
| n | nek |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- holle vrucht van de kokospalm met wit vruchtvlees en een vezelige bast
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kokosnootje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kokosnootjes | verkleinwoord, meervoud |
| kokosnoten | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘vrucht van de kokospalm’ voor het eerst aangetroffen in 1602
Woordfamilie van kokosnoot
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kokosnootje | verkleinwoord | kokosnoot |
| kokosnootjes | verkleinwoord meervoud | kokosnoot |
| kokosnoten | meervoud | kokosnoot |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kokosnoot zijn vastgelegd.