handeldrijvend
werkwoord, bijvoeglijk naamwoord ˈhɑndəlˌdrɛiventBetekenis
- bezig zijnd met zakendoen
Hoe spreek je handeldrijvend uit?
/ˈhɑndəlˌdrɛivent/
Handeldrijvend bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| d | dak |
| ə | de |
| l | land |
| r | rood |
| ɛi | trein |
| v | vis |
| e | veel |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Woordvorm
- onvoltooid deelwoord van handeldrijven
Vervoeging van handeldrijvend
handeldrijvendhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van handel zn en drijvend ww
Woordfamilie van handeldrijvend
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| handeldrijvends | woordvorm | handeldrijvend |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van handeldrijvend zijn vastgelegd.