gietlepel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- grote lepel met houten steel om gesmolten lood in de vorm te gieten
- kleine, van een steel voorziene bak, waarin gesmolten metaal wordt opgevangen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gietlepels | meervoud |
| gietlepeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gietlepeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van giet ww en lepel
Woordfamilie van gietlepel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gietlepels | meervoud | gietlepel |
| gietlepeltje | verkleinwoord | gietlepel |
| gietlepeltjes | verkleinwoord meervoud | gietlepel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gietlepel zijn vastgelegd.