flexie
zelfstandig naamwoord /ˈflɛk.si/Betekenis
- een buiging, een buigbeweging in een gewricht door de buigspieren
- een vormverandering van een woord naar gelang zijn grammaticale functie
Hoe spreek je flexie uit?
/ˈflɛksi/
Flexie bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| l | land |
| ɛ | bed |
| k | kat |
| s | sok |
| i | riet |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- de vormverandering van een woord naar gelang zijn grammaticale functie in de zin
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| flexies | meervoud |
| flexietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| flexietjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘buiging, woordbuiging’ voor het eerst aangetroffen in 1663.
Woordfamilie van flexie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| flexies | meervoud | flexie |
| flexietje | verkleinwoord | flexie |
| flexietjes | verkleinwoord meervoud | flexie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van flexie zijn vastgelegd.