erectie
zelfstandig naamwoord eˈrɛksiBetekenis
- oprichting van het mannelijk lid, meestal door seksuele opwinding
- oprichting, opbouwing, bouw
Hoe spreek je erectie uit?
/eˈrɛksi/
Erectie bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| e | veel |
| r | rood |
| ɛ | bed |
| k | kat |
| s | sok |
| i | riet |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| erecties | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘oprichting van de penis’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1850
Woordfamilie van erectie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| erecties | meervoud | erectie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van erectie zijn vastgelegd.