flexwerk
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- werk op flexibele basis
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| flexwerkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| flexwerkjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van flexwerken
- gebiedende wijs van flexwerken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van flexwerken
Vervoeging van flexwerk
flexwerkhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘flexibel werk’ voor het eerst aangetroffen in 1996
Woordfamilie van flexwerk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| flexwerkje | verkleinwoord | flexwerk |
| flexwerkjes | verkleinwoord meervoud | flexwerk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van flexwerk zijn vastgelegd.