flexibiliteit
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het gemakkelijk kunnen aanpassen aan nieuwe omstandigheden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| flexibiliteiten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘buigzaamheid’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Woordfamilie van flexibiliteit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| flexibiliteiten | meervoud | flexibiliteit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van flexibiliteit zijn vastgelegd.