buiging
zelfstandig naamwoord ˈbœyɣɪŋBetekenis
- buiging (beweging), knikkende beweging met het lichaam om een persoon van hoge status te begroeten; artiesten maken na een optreden meestal een buiging naar het publiek.
- buiging (mechanica), het ombuigen van een materiaal.
- buigen (schaatsen)
- plié, specifiek soort balletbuiging.
- diffractie, een belangrijk aspect van golfverschijnselen, waarvan licht en geluid de belangrijkste voorbeelden zijn.
- declinatie (taalkunde), het veranderen van vorm van naamwoorden.
Hoe spreek je buiging uit?
/ˈbœyxɪŋ/
Buiging bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| œy | huis |
| x | acht |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- buiging (beweging), knikkende beweging met hoofd en bovenlichaam om een persoon van hoge status te begroeten; artiesten maken na een optreden meestal een buiging naar het publiek.
- het ombuigen van een materiaal.
- een belangrijk aspect van golfverschijnselen, waarvan licht en geluid de belangrijkste voorbeelden zijn.
- het veranderen van woordvormen naar gelang van de functie die ze in de zin vervullen.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| buigingen | meervoud |
| buiginkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| buiginkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van buigen met het achtervoegsel -ing
Woordfamilie van buiging
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| buigingen | meervoud | buiging |
| buiginkje | verkleinwoord | buiging |
| buiginkjes | verkleinwoord meervoud | buiging |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van buiging zijn vastgelegd.