drogen
werkwoordBetekenis
- vocht laten of doen verdampen
- het verdampingsproces van vocht
Vervoeging van drogen
drogenhele werkwoord — droogdeverleden tijd enkelvoud — droogdenverleden tijd meervoud — gedroogdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | droog | droogde |
| jij | droogt | droogde |
| hij, zij, het | droogt | droogde |
| wij | drogen | droogden |
| jullie | drogen | droogden |
| zij | drogen | droogden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gedroogd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gedroogd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| droge | aanvoegende wijs |
| drogend | onvoltooid, deelwoord |
| droog | gebiedende wijs |
| droogde | verleden tijd |
| er is gedroogd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedroogd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedroogd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedroogd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedroogd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedroogd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedroogd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedroogd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedroogd | verleden tijd, deelwoord |
| gedroogd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedroogd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedroogd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedroogd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedroogd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedroogd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedroogd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedroogd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedroogd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedroogd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedroogd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedroogd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedroogd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedroogd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedroogd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedroogd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedroogd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedroogd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedroogd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedroogd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedroogd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedroogd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedroogd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedroogd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedroogd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gedroogd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gedroogd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te drogen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedroogd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen drogen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gedroogd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedroogd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gedroogd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedroogd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gedroogd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gedroogd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gedroogd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gedroogd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gedroogd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gedroogd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gedroogd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gedroogd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gedroogd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gedroogd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gedroogd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gedroogd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gedroogd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gedroogd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gedroogd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gedroogd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal drogen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal drogen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal drogen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedroogd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedroogd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedroogd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gedroogd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedroogd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gedroogd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedroogd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gedroogd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gedroogd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gedroogd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gedroogd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou drogen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou drogen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou drogen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedroogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedroogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedroogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gedroogd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedroogd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gedroogd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedroogd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedroogd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedroogd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden drogen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden drogen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden drogen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedroogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedroogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedroogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedroogd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gedroogd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gedroogd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedroogd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedroogd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedroogd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt drogen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedroogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedroogd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedroogd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen drogen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen drogen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen drogen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen drogen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedroogd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedroogd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedroogd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedroogd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gedroogd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gedroogd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedroogd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedroogd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedroogd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult drogen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedroogd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedroogd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedroogd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘droogmaken’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van drogen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| drogend | onvoltooid deelwoord | drogen |
| drogende | woordvorm | drogen |
| droogde | verleden tijd | drogen |
| droogden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | drogen |
| droogt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | drogen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van drogen zijn vastgelegd.