droger
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- een toestel dat natte voorwerpen, bijvoorbeeld wasgoed droogmaakt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| drogers | meervoud |
| drogertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| drogertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- onverbogen vorm van de vergrotende trap van droog
Herkomst
Naamwoord van handeling van drogen met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van droger
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| drogertje | verkleinwoord | droger |
| drogertjes | verkleinwoord meervoud | droger |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van droger zijn vastgelegd.