Naar de inhoud

droogmaken

afdrogen, drogen

droogmaken

werkwoord

Betekenis

  1. afdrogen, drogen
  2. indijken, inpolderen

Vervoeging van droogmaken

droogmakenhele werkwoord — maakte droogverleden tijd enkelvoud — maakten droogverleden tijd meervoud — drooggemaaktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik maak droog maakte droog
jij maakt droog maakte droog
hij, zij, het maakt droog maakte droog
wij maken droog maakten droog
jullie maken droog maakten droog
zij maken droog maakten droog
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben drooggemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent drooggemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
droog te maken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
droog te zullen maken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
droog zal maken bijzin, toekomende tijd
droog zou maken bijzin, voorwaardelijk
droog zouden maken bijzin, voorwaardelijk
droog zoudt maken bijzin, voorwaardelijk
droog zullen maken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
droog zullen maken bijzin, toekomende tijd
droog zult maken bijzin, toekomende tijd
drooggemaakt verleden tijd, deelwoord
drooggemaakt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
drooggemaakt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
drooggemaakt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
drooggemaakt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
drooggemaakt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
drooggemaakt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
drooggemaakt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
drooggemaakt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
drooggemaakt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
drooggemaakt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
droogmaak bijzin, tegenwoordige tijd
droogmaakt bijzin, tegenwoordige tijd
droogmaakte bijzin, verleden tijd
droogmaakten bijzin, verleden tijd
droogmakend onvoltooid, deelwoord
er is drooggemaakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was drooggemaakt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd drooggemaakt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt drooggemaakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal drooggemaakt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal drooggemaakt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou drooggemaakt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou drooggemaakt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had drooggemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had drooggemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had drooggemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden drooggemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden drooggemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden drooggemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt drooggemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb drooggemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben drooggemaakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben drooggemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben drooggemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben drooggemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt drooggemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft drooggemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft drooggemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is drooggemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is drooggemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
maak droog gebiedende wijs
maakte droog verleden tijd
te hebben drooggemaakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen droogmaken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart drooggemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren drooggemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren drooggemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren drooggemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was drooggemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was drooggemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was drooggemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd drooggemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd drooggemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd drooggemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden drooggemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden drooggemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden drooggemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt drooggemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word drooggemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden drooggemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden drooggemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden drooggemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt drooggemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt drooggemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal drooggemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal drooggemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal drooggemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal drooggemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal drooggemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal drooggemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal drooggemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal droogmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal droogmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal droogmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal droogmaken bijzin, toekomende tijd
zijn drooggemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn drooggemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn drooggemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt drooggemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou drooggemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou drooggemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou drooggemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou drooggemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou drooggemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou drooggemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou drooggemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou drooggemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou drooggemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou droogmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou droogmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou droogmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou droogmaken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) droogmaken droog zou(dt) maken bijzin, voorwaardelijk
zouden drooggemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden drooggemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden drooggemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden drooggemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden drooggemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden drooggemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden drooggemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden drooggemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden drooggemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden droogmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden droogmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden droogmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden droogmaken bijzin, voorwaardelijk
zoudt drooggemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt drooggemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt drooggemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt droogmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt droogmaken bijzin, voorwaardelijk
zullen drooggemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen drooggemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen drooggemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen drooggemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen drooggemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen drooggemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen drooggemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen drooggemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen drooggemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen droogmaken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen droogmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen droogmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen droogmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen droogmaken bijzin, toekomende tijd
zult drooggemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van droog en maken

Woordfamilie van droogmaken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
drooggemaakt voltooid deelwoord droogmaken
drooggemaakte woordvorm droogmaken
droogmaak subordinate-clause, tegenwoordige tijd droogmaken
droogmaakt subordinate-clause, tegenwoordige tijd droogmaken
droogmaakte subordinate-clause, verleden tijd droogmaken
droogmaakten subordinate-clause, verleden tijd droogmaken
droogmake with-subordinate-clause droogmaken
droogmakend onvoltooid deelwoord droogmaken
droogmakende woordvorm droogmaken
maak droog gebiedende wijs droogmaken
maakt droog aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon droogmaken
maakte droog verleden tijd droogmaken
maakten droog aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon droogmaken
make droog woordvorm droogmaken
maken droog aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon droogmaken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van droogmaken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over droogmaken

Wat is de betekenis van droogmaken?
Droogmaken is een werkwoord. De betekenis is: afdrogen, drogen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik droogmaken?
Zo vervoeg je droogmaken zo: het voltooid deelwoord is drooggemaakt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord droogmaken is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. R 2
  3. O 1
  4. O 1
  5. G 3
  6. M 3
  7. A 1
  8. K 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

droogmaken levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. R 2
  3. O 1
  4. O 1
  5. G 3
  6. M 3
  7. A 1
  8. K 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 zonder bonus
  12. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

droogmaken in het kort

droogmaken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van droogmaken staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort droogmaken bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

droogmaken: afdrogen, drogen
Deel droogmaken — standaardnederlands.nl