droogmaken
werkwoordBetekenis
- afdrogen, drogen
- indijken, inpolderen
Vervoeging van droogmaken
droogmakenhele werkwoord — maakte droogverleden tijd enkelvoud — maakten droogverleden tijd meervoud — drooggemaaktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | maak droog | maakte droog |
| jij | maakt droog | maakte droog |
| hij, zij, het | maakt droog | maakte droog |
| wij | maken droog | maakten droog |
| jullie | maken droog | maakten droog |
| zij | maken droog | maakten droog |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben drooggemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent drooggemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| droog te maken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| droog te zullen maken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| droog zal maken | bijzin, toekomende tijd |
| droog zou maken | bijzin, voorwaardelijk |
| droog zouden maken | bijzin, voorwaardelijk |
| droog zoudt maken | bijzin, voorwaardelijk |
| droog zullen maken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| droog zullen maken | bijzin, toekomende tijd |
| droog zult maken | bijzin, toekomende tijd |
| drooggemaakt | verleden tijd, deelwoord |
| drooggemaakt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| drooggemaakt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| drooggemaakt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| drooggemaakt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| drooggemaakt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| drooggemaakt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| drooggemaakt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| drooggemaakt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| drooggemaakt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| drooggemaakt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| droogmaak | bijzin, tegenwoordige tijd |
| droogmaakt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| droogmaakte | bijzin, verleden tijd |
| droogmaakten | bijzin, verleden tijd |
| droogmakend | onvoltooid, deelwoord |
| er is drooggemaakt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was drooggemaakt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd drooggemaakt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt drooggemaakt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal drooggemaakt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal drooggemaakt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou drooggemaakt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou drooggemaakt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had drooggemaakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had drooggemaakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had drooggemaakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden drooggemaakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden drooggemaakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden drooggemaakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt drooggemaakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb drooggemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben drooggemaakt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben drooggemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben drooggemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben drooggemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt drooggemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft drooggemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft drooggemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is drooggemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is drooggemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| maak droog | gebiedende wijs |
| maakte droog | verleden tijd |
| te hebben drooggemaakt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen droogmaken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart drooggemaakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren drooggemaakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren drooggemaakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren drooggemaakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was drooggemaakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was drooggemaakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was drooggemaakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd drooggemaakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd drooggemaakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd drooggemaakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden drooggemaakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden drooggemaakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden drooggemaakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt drooggemaakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word drooggemaakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden drooggemaakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden drooggemaakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden drooggemaakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt drooggemaakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt drooggemaakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal drooggemaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal drooggemaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal drooggemaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal drooggemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal drooggemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal drooggemaakt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal drooggemaakt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal droogmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal droogmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal droogmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal droogmaken | bijzin, toekomende tijd |
| zijn drooggemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn drooggemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn drooggemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt drooggemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou drooggemaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou drooggemaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou drooggemaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou drooggemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou drooggemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou drooggemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou drooggemaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou drooggemaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou drooggemaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou droogmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou droogmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou droogmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou droogmaken | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) droogmaken droog zou(dt) maken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden drooggemaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden drooggemaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden drooggemaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden drooggemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden drooggemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden drooggemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden drooggemaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden drooggemaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden drooggemaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden droogmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden droogmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden droogmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden droogmaken | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt drooggemaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt drooggemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt drooggemaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt droogmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt droogmaken | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen drooggemaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen drooggemaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen drooggemaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen drooggemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen drooggemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen drooggemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen drooggemaakt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen drooggemaakt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen drooggemaakt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen droogmaken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen droogmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen droogmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen droogmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen droogmaken | bijzin, toekomende tijd |
| zult drooggemaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van droog en maken
Woordfamilie van droogmaken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| drooggemaakt | voltooid deelwoord | droogmaken |
| drooggemaakte | woordvorm | droogmaken |
| droogmaak | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | droogmaken |
| droogmaakt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | droogmaken |
| droogmaakte | subordinate-clause, verleden tijd | droogmaken |
| droogmaakten | subordinate-clause, verleden tijd | droogmaken |
| droogmake | with-subordinate-clause | droogmaken |
| droogmakend | onvoltooid deelwoord | droogmaken |
| droogmakende | woordvorm | droogmaken |
| maak droog | gebiedende wijs | droogmaken |
| maakt droog | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | droogmaken |
| maakte droog | verleden tijd | droogmaken |
| maakten droog | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | droogmaken |
| make droog | woordvorm | droogmaken |
| maken droog | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | droogmaken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van droogmaken zijn vastgelegd.