Naar de inhoud

drooghouden

zorgen dat iets niet nat wordt

drooghouden

werkwoord

Betekenis

  1. zorgen dat iets niet nat wordt
  2. niet huilen

Vervoeging van drooghouden

drooghoudenhele werkwoord — hield droogverleden tijd enkelvoud — hielden droogverleden tijd meervoud — drooggehoudenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik hou droog hield droog
jij houdt droog hield droog
hij, zij, het houdt droog hield droog
wij houden droog hielden droog
jullie houden droog hielden droog
zij houden droog hielden droog
Alle 148 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben drooggehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent drooggehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
droog te houden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
droog te zullen houden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
droog zal houden bijzin, toekomende tijd
droog zou houden bijzin, voorwaardelijk
droog zouden houden bijzin, voorwaardelijk
droog zoudt houden bijzin, voorwaardelijk
droog zullen houden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
droog zullen houden bijzin, toekomende tijd
droog zult houden bijzin, toekomende tijd
drooggehouden verleden tijd, deelwoord
drooggehouden te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
drooggehouden te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
drooggehouden te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
drooggehouden te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
drooggehouden te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
drooggehouden worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
drooggehouden zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
drooggehouden zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
drooggehouden zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
drooggehouden zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
drooghield bijzin, verleden tijd
drooghielden bijzin, verleden tijd
drooghieldt bijzin, verleden tijd
drooghou bijzin, tegenwoordige tijd
drooghoud bijzin, tegenwoordige tijd
drooghoudend onvoltooid, deelwoord
drooghoudt bijzin, tegenwoordige tijd
er is drooggehouden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was drooggehouden impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd drooggehouden impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt drooggehouden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal drooggehouden worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal drooggehouden zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou drooggehouden worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou drooggehouden zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had drooggehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had drooggehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had drooggehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden drooggehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden drooggehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden drooggehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt drooggehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb drooggehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben drooggehouden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben drooggehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben drooggehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben drooggehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt drooggehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft drooggehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft drooggehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hield droog verleden tijd
hou droog gebiedende wijs
houd droog gebiedende wijs
is drooggehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is drooggehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben drooggehouden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen drooghouden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart drooggehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren drooggehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren drooggehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren drooggehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
was drooggehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was drooggehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was drooggehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd drooggehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd drooggehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd drooggehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden drooggehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden drooggehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden drooggehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt drooggehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word drooggehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden drooggehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden drooggehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden drooggehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt drooggehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt drooggehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal drooggehouden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal drooggehouden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal drooggehouden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal drooggehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal drooggehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal drooggehouden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal drooggehouden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal drooghouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal drooghouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal drooghouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal drooghouden bijzin, toekomende tijd
zijn drooggehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn drooggehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn drooggehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt drooggehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou drooggehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou drooggehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou drooggehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou drooggehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou drooggehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou drooggehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou drooggehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou drooggehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou drooggehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou drooghouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou drooghouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou drooghouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou drooghouden bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) drooghouden droog zou(dt) houden bijzin, voorwaardelijk
zouden drooggehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden drooggehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden drooggehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden drooggehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden drooggehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden drooggehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden drooggehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden drooggehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden drooggehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden drooghouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden drooghouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden drooghouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden drooghouden bijzin, voorwaardelijk
zoudt drooggehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt drooggehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt drooggehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt drooghouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt drooghouden bijzin, voorwaardelijk
zullen drooggehouden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen drooggehouden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen drooggehouden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen drooggehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen drooggehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen drooggehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen drooggehouden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen drooggehouden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen drooggehouden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen drooghouden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen drooghouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen drooghouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van droog en houden

Woordfamilie van drooghouden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
drooggehouden voltooid deelwoord drooghouden
drooghield subordinate-clause, verleden tijd drooghouden
drooghielden subordinate-clause, verleden tijd drooghouden
drooghou subordinate-clause, tegenwoordige tijd drooghouden
drooghoud subordinate-clause, tegenwoordige tijd drooghouden
drooghoude with-subordinate-clause drooghouden
drooghoudend onvoltooid deelwoord drooghouden
drooghoudende woordvorm drooghouden
drooghoudt subordinate-clause, tegenwoordige tijd drooghouden
hield droog verleden tijd drooghouden
hielden droog aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon drooghouden
hou droog gebiedende wijs drooghouden
houd droog gebiedende wijs drooghouden
houde droog woordvorm drooghouden
houden droog aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon drooghouden
houdt droog aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon drooghouden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van drooghouden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over drooghouden

Wat is de betekenis van drooghouden?
Drooghouden is een werkwoord. De betekenis is: zorgen dat iets niet nat wordt. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik drooghouden?
Zo vervoeg je drooghouden zo: het voltooid deelwoord is drooggehouden. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord drooghouden is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. R 2
  3. O 1
  4. O 1
  5. G 3
  6. H 4
  7. O 1
  8. U 4
  9. D 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

drooghouden levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. R 2
  3. O 1
  4. O 1
  5. G 3
  6. H 4
  7. O 1
  8. U 2
  9. D 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 20 zonder bonus
  13. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

drooghouden in het kort

drooghouden staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van drooghouden staan er 92 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort drooghouden bij een woordfamilie van 16 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

drooghouden: zorgen dat iets niet nat wordt
Deel drooghouden — standaardnederlands.nl