drooghouden
werkwoordBetekenis
- zorgen dat iets niet nat wordt
- niet huilen
Vervoeging van drooghouden
drooghoudenhele werkwoord — hield droogverleden tijd enkelvoud — hielden droogverleden tijd meervoud — drooggehoudenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | hou droog | hield droog |
| jij | houdt droog | hield droog |
| hij, zij, het | houdt droog | hield droog |
| wij | houden droog | hielden droog |
| jullie | houden droog | hielden droog |
| zij | houden droog | hielden droog |
Alle 148 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben drooggehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent drooggehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| droog te houden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| droog te zullen houden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| droog zal houden | bijzin, toekomende tijd |
| droog zou houden | bijzin, voorwaardelijk |
| droog zouden houden | bijzin, voorwaardelijk |
| droog zoudt houden | bijzin, voorwaardelijk |
| droog zullen houden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| droog zullen houden | bijzin, toekomende tijd |
| droog zult houden | bijzin, toekomende tijd |
| drooggehouden | verleden tijd, deelwoord |
| drooggehouden te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| drooggehouden te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| drooggehouden te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| drooggehouden te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| drooggehouden te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| drooggehouden worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| drooggehouden zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| drooggehouden zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| drooggehouden zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| drooggehouden zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| drooghield | bijzin, verleden tijd |
| drooghielden | bijzin, verleden tijd |
| drooghieldt | bijzin, verleden tijd |
| drooghou | bijzin, tegenwoordige tijd |
| drooghoud | bijzin, tegenwoordige tijd |
| drooghoudend | onvoltooid, deelwoord |
| drooghoudt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| er is drooggehouden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was drooggehouden | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd drooggehouden | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt drooggehouden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal drooggehouden worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal drooggehouden zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou drooggehouden worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou drooggehouden zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had drooggehouden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had drooggehouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had drooggehouden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden drooggehouden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden drooggehouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden drooggehouden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt drooggehouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb drooggehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben drooggehouden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben drooggehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben drooggehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben drooggehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt drooggehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft drooggehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft drooggehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hield droog | verleden tijd |
| hou droog | gebiedende wijs |
| houd droog | gebiedende wijs |
| is drooggehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is drooggehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben drooggehouden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen drooghouden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart drooggehouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren drooggehouden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren drooggehouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren drooggehouden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was drooggehouden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was drooggehouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was drooggehouden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd drooggehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd drooggehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd drooggehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden drooggehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden drooggehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden drooggehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt drooggehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word drooggehouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden drooggehouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden drooggehouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden drooggehouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt drooggehouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt drooggehouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal drooggehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal drooggehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal drooggehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal drooggehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal drooggehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal drooggehouden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal drooggehouden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal drooghouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal drooghouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal drooghouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal drooghouden | bijzin, toekomende tijd |
| zijn drooggehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn drooggehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn drooggehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt drooggehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou drooggehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou drooggehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou drooggehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou drooggehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou drooggehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou drooggehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou drooggehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou drooggehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou drooggehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou drooghouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou drooghouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou drooghouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou drooghouden | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) drooghouden droog zou(dt) houden | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden drooggehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden drooggehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden drooggehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden drooggehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden drooggehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden drooggehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden drooggehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden drooggehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden drooggehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden drooghouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden drooghouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden drooghouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden drooghouden | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt drooggehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt drooggehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt drooggehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt drooghouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt drooghouden | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen drooggehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen drooggehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen drooggehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen drooggehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen drooggehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen drooggehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen drooggehouden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen drooggehouden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen drooggehouden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen drooghouden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen drooghouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen drooghouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van droog en houden
Woordfamilie van drooghouden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| drooggehouden | voltooid deelwoord | drooghouden |
| drooghield | subordinate-clause, verleden tijd | drooghouden |
| drooghielden | subordinate-clause, verleden tijd | drooghouden |
| drooghou | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | drooghouden |
| drooghoud | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | drooghouden |
| drooghoude | with-subordinate-clause | drooghouden |
| drooghoudend | onvoltooid deelwoord | drooghouden |
| drooghoudende | woordvorm | drooghouden |
| drooghoudt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | drooghouden |
| hield droog | verleden tijd | drooghouden |
| hielden droog | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | drooghouden |
| hou droog | gebiedende wijs | drooghouden |
| houd droog | gebiedende wijs | drooghouden |
| houde droog | woordvorm | drooghouden |
| houden droog | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | drooghouden |
| houdt droog | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | drooghouden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van drooghouden zijn vastgelegd.