droogdok
zelfstandig naamwoord 'droɣdɔkBetekenis
- een afsluitbaar gedeelte van een scheepswerf of een drijvende (ponton-)constructie waarmee, door het in- of uitlaten van water, schepen voor inspectie, onderhoud en reparatie kunnen worden drooggezet
Hoe spreek je droogdok uit?
/ˈdroxdɔk/
Droogdok bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| r | rood |
| o | boot |
| x | acht |
| ɔ | bot |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| droogdokje | verkleinwoord, enkelvoud |
| droogdokjes | verkleinwoord, meervoud |
| droogdokken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van droog en dok
Woordfamilie van droogdok
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| droogdokje | verkleinwoord | droogdok |
| droogdokjes | verkleinwoord meervoud | droogdok |
| droogdokken | meervoud | droogdok |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van droogdok zijn vastgelegd.