Naar de inhoud

droogleggen

door bemaling tot land maken

droogleggen

werkwoord

Betekenis

  1. door bemaling tot land maken
  2. van water ontdoen door de afvloei hiervan te bevorderen, draineren
  3. via wettelijke maatregelen de alcoholtoevoer afsnijden
  4. zorgen dat iets of iemand geen (financiële) middelen meer heeft of krijgt

Vervoeging van droogleggen

droogleggenhele werkwoord — legde droogverleden tijd enkelvoud — legden droogverleden tijd meervoud — drooggelegdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik leg droog legde droog
jij legt droog legde droog
hij, zij, het legt droog legde droog
wij leggen droog legden droog
jullie leggen droog legden droog
zij leggen droog legden droog
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben drooggelegd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent drooggelegd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
droog te leggen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
droog te zullen leggen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
droog zal leggen bijzin, toekomende tijd
droog zou leggen bijzin, voorwaardelijk
droog zouden leggen bijzin, voorwaardelijk
droog zoudt leggen bijzin, voorwaardelijk
droog zullen leggen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
droog zullen leggen bijzin, toekomende tijd
droog zult leggen bijzin, toekomende tijd
drooggelegd verleden tijd, deelwoord
drooggelegd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
drooggelegd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
drooggelegd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
drooggelegd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
drooggelegd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
drooggelegd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
drooggelegd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
drooggelegd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
drooggelegd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
drooggelegd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
droogleg bijzin, tegenwoordige tijd
drooglegde bijzin, verleden tijd
drooglegden bijzin, verleden tijd
droogleggend onvoltooid, deelwoord
drooglegt bijzin, tegenwoordige tijd
er is drooggelegd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was drooggelegd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd drooggelegd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt drooggelegd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal drooggelegd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal drooggelegd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou drooggelegd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou drooggelegd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had drooggelegd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had drooggelegd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had drooggelegd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden drooggelegd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden drooggelegd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden drooggelegd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt drooggelegd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb drooggelegd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben drooggelegd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben drooggelegd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben drooggelegd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben drooggelegd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt drooggelegd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft drooggelegd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft drooggelegd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is drooggelegd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is drooggelegd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
leg droog gebiedende wijs
legde droog verleden tijd
te hebben drooggelegd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen droogleggen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart drooggelegd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren drooggelegd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren drooggelegd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren drooggelegd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was drooggelegd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was drooggelegd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was drooggelegd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd drooggelegd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd drooggelegd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd drooggelegd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden drooggelegd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden drooggelegd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden drooggelegd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt drooggelegd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word drooggelegd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden drooggelegd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden drooggelegd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden drooggelegd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt drooggelegd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt drooggelegd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal drooggelegd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal drooggelegd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal drooggelegd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal drooggelegd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal drooggelegd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal drooggelegd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal drooggelegd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal droogleggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal droogleggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal droogleggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal droogleggen bijzin, toekomende tijd
zijn drooggelegd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn drooggelegd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn drooggelegd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt drooggelegd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou drooggelegd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou drooggelegd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou drooggelegd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou drooggelegd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou drooggelegd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou drooggelegd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou drooggelegd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou drooggelegd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou drooggelegd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou droogleggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou droogleggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou droogleggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou droogleggen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) droogleggen droog zou(dt) leggen bijzin, voorwaardelijk
zouden drooggelegd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden drooggelegd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden drooggelegd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden drooggelegd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden drooggelegd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden drooggelegd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden drooggelegd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden drooggelegd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden drooggelegd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden droogleggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden droogleggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden droogleggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden droogleggen bijzin, voorwaardelijk
zoudt drooggelegd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt drooggelegd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt drooggelegd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt droogleggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt droogleggen bijzin, voorwaardelijk
zullen drooggelegd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen drooggelegd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen drooggelegd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen drooggelegd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen drooggelegd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen drooggelegd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen drooggelegd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen drooggelegd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen drooggelegd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen droogleggen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen droogleggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen droogleggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen droogleggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen droogleggen bijzin, toekomende tijd
zult drooggelegd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van droog bw en leggen ww

Woordfamilie van droogleggen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
drooggelegd voltooid deelwoord droogleggen
drooggelegde woordvorm droogleggen
droogleg subordinate-clause, tegenwoordige tijd droogleggen
drooglegde subordinate-clause, verleden tijd droogleggen
drooglegden subordinate-clause, verleden tijd droogleggen
drooglegge with-subordinate-clause droogleggen
droogleggend onvoltooid deelwoord droogleggen
droogleggende woordvorm droogleggen
drooglegt subordinate-clause, tegenwoordige tijd droogleggen
leg droog gebiedende wijs droogleggen
legde droog verleden tijd droogleggen
legden droog aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon droogleggen
legge droog woordvorm droogleggen
leggen droog aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon droogleggen
legt droog aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon droogleggen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van droogleggen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over droogleggen

Wat betekent droogleggen?
Droogleggen is een werkwoord. Het woord betekent: door bemaling tot land maken. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je droogleggen?
Je vervoegt droogleggen als volgt: het voltooid deelwoord is drooggelegd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord droogleggen is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. R 2
  3. O 1
  4. O 1
  5. G 3
  6. L 3
  7. E 1
  8. G 3
  9. G 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

droogleggen levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. R 2
  3. O 1
  4. O 1
  5. G 3
  6. L 3
  7. E 1
  8. G 3
  9. G 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 zonder bonus
  13. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

droogleggen in het kort

droogleggen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van droogleggen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort droogleggen bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

droogleggen: door bemaling tot land maken
Deel droogleggen — standaardnederlands.nl