over
bijwoord, voorzetsel ˈovərBetekenis
- voorbij, gedaan
- nog resterend
- meer dan nodig
- wat betreft
- op of langs de oppervlakte van
- na verloop van
- via, langs
- naar de andere kant van
- meer dan
- boven
- over
- over 6 (tijdelijk)
Hoe spreek je over uit?
/ˈovər/
Over bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
bijwoord
- bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord.
- prepositioneel deel van een voornaamwoordelijk bijwoord
- meer dan nodig, ook als intensifier, prefix
voorzetsel
- naar de andere kant van, over een grens heen
Herkomst
In de betekenis van ‘voorzetsel’ voor het eerst aangetroffen in 901
Woordfamilie van over
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| overs | meervoud | over |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van over zijn vastgelegd.