dans
zelfstandig naamwoord, werkwoord dɑnsBetekenis
- een verzameling sierlijke bewegingen
- de keer dat iemand danst
- in
- binnen
- dans (ritmische bewegingen)
- dans (een kunstvorm)
- dans (dansen als sportactiviteit)
- dans (bepaalde type dans)
- dansevenement
- dansachtige bevegelser
- dans
Hoe spreek je dans uit?
/dɑns/
Dans bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| s | sok |
zelfstandig naamwoord — masculine
- een verzameling sierlijke bewegingen, meestal op basis van een muzikaal ritme
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dansen | meervoud |
| dansje | verkleinwoord, enkelvoud |
| dansjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dansen
- gebiedende wijs van dansen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dansen
Vervoeging van dans
danshele werkwoord
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord dan
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘beweging op muziek’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van dans
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dansje | verkleinwoord | dans |
| dansjes | verkleinwoord meervoud | dans |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dans zijn vastgelegd.