zwans
zelfstandig naamwoord, werkwoord zwɑnsBetekenis
- staart
- mannelijk lid, penis
- flauwekul, gekheid, dwaasheid, nar, prutser
Hoe spreek je zwans uit?
/zwɑns/
Zwans bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| w | quiz |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| s | sok |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwanzen
- gebiedende wijs van zwanzen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwanzen
Vervoeging van zwans
zwanshele werkwoord
Herkomst
via Jiddisch שװאַנץ (zwans) van Middelhoogduits swanz
Woordfamilie van zwans
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zwansen | meervoud | zwans |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zwans zijn vastgelegd.