dansen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈdɑnsə(n)Betekenis
- sierlijk en ritmisch bewegen, gewoonlijk op muziek
- niet stilstaan
Hoe spreek je dansen uit?
/ˈdɑnsən/
Dansen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| s | sok |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van dansen
dansenhele werkwoord — dansteverleden tijd enkelvoud — danstenverleden tijd meervoud — gedanstvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | dans | danste |
| jij | danst | danste |
| hij, zij, het | danst | danste |
| wij | dansen | dansten |
| jullie | dansen | dansten |
| zij | dansen | dansten |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dans | gebiedende wijs |
| danse | aanvoegende wijs |
| dansend | onvoltooid, deelwoord |
| danste | verleden tijd |
| er is gedanst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedanst | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedanst | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedanst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedanst worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedanst zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedanst worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedanst zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedanst | verleden tijd, deelwoord |
| gedanst te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedanst zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedanst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedanst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedanst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedanst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedanst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedanst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedanst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedanst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedanst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedanst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedanst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedanst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedanst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedanst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedanst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te dansen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedanst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen dansen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal dansen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal dansen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal dansen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedanst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedanst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedanst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou dansen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou dansen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou dansen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedanst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedanst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedanst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden dansen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden dansen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden dansen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedanst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedanst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedanst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt dansen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedanst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen dansen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen dansen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen dansen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen dansen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedanst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedanst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedanst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult dansen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedanst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord dans
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘op muziek bewegen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Woordfamilie van dansen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| danse | aanvoegende wijs | dansen |
| danst | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | dansen |
| danste | verleden tijd | dansen |
| dansten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | dansen |
| gedanst | voltooid deelwoord | dansen |
| gedanste | woordvorm | dansen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dansen zijn vastgelegd.