glans
zelfstandig naamwoord, werkwoord ɣlɑnsBetekenis
- opmerkelijk lichtschijnsel door weerkaatsing
- overdrachtelijk de schittering van een opmerkelijke daad, een unieke prestatie of een grote reputatie
- eikel (ook van penis en clitoris)
- glanzen
- eikel
Hoe spreek je glans uit?
/xlɑns/
Glans bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| l | land |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| s | sok |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| glansen, glanzen | meervoud |
| glansje | verkleinwoord, enkelvoud |
| glansjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van glanzen
- gebiedende wijs van glanzen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van glanzen
Vervoeging van glans
glanshele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘schijnsel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1477
Woordfamilie van glans
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| glansen | meervoud | glans |
| glansje | verkleinwoord | glans |
| glansjes | verkleinwoord meervoud | glans |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van glans zijn vastgelegd.