sjans
zelfstandig naamwoord, werkwoord /ʃɑns/Betekenis
- geluk in de liefde hebben, aantrekkelijk zijn voor andere mensen
Hoe spreek je sjans uit?
/ʃɑns/
Sjans bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ʃ | sjaal |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| s | sok |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sjansen
- gebiedende wijs van sjansen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sjansen
Vervoeging van sjans
sjanshele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘succes (in de liefde)’ voor het eerst aangetroffen in 1929