condominium
zelfstandig naamwoord kɔndo'minijʏmBetekenis
- gemeenschappelijk eigendom
- gedeelde souvereiniteit
Hoe spreek je condominium uit?
/kɔndoˈminijʏm/
Condominium bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| d | dak |
| o | boot |
| m | maan |
| i | riet |
| j | ja |
| ʏ | put |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- gedeelde soevereiniteit
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| condominiums | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het modern Latijn, in de betekenis van ‘gemeenschappelijke soevereiniteit, gemeenschappelijk eigendom’ voor het eerst aangetroffen in 1832
Woordfamilie van condominium
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| condominiums | meervoud | condominium |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van condominium zijn vastgelegd.