broeder
zelfstandig naamwoord /brudər/Betekenis
- een broer
- een medemens of naaste
- een kloosterling die geen priester is of die daarvoor wordt opgeleid
- een lid van een christelijke gemeente
- een verpleger
- een mens of dier dat (uit)broedt
- soort oliebol: baksel van meel, melk, stroop en vaak nog andere zoetigheden met een bruine korst gebakken of in een zak gekookt
- broer
Hoe spreek je broeder uit?
/brudər/
Broeder bestaat uit twee lettergrepen.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| r | rood |
| u | boek |
| d | dak |
| ə | de |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| broederen | meervoud |
| broeders | meervoud |
| broedertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| broedertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘mannelijk kind m.b.t. kinderen van dezelfde ouders’ voor het eerst aangetroffen in 901
Woordfamilie van broeder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| broederen | meervoud | broeder |
| broeders | meervoud | broeder |
| broedertje | verkleinwoord | broeder |
| broedertjes | verkleinwoord meervoud | broeder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van broeder zijn vastgelegd.