Naar de inhoud

breken

(algemeen) in stukken uiteenvallen

breken

werkwoord

Betekenis

  1. (algemeen) in stukken uiteenvallen
  2. een doorgang, scheiding forceren
  3. (van de jongensstem) wisselen
  4. veranderen van richting van stralen
  5. in stukken uiteen doen vallen

werkwoord

  1. in stukken uiteenvallen ergative
  2. wisselen ergative
  3. heel erg somber worden

Vervoeging van breken

brekenhele werkwoord — brakverleden tijd enkelvoud — brakenverleden tijd meervoud — gebrokenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik breek brak
jij breekt braakt
hij, zij, het breekt brak
wij breken braken
jullie breken braken
zij breken braken
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gebroken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gebroken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
brak verleden tijd
breek gebiedende wijs
breke aanvoegende wijs
brekend onvoltooid, deelwoord
er is gebroken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gebroken impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gebroken impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gebroken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gebroken worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gebroken zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gebroken worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gebroken zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gebroken verleden tijd, deelwoord
gebroken te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gebroken te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gebroken te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebroken te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebroken te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebroken worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gebroken zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gebroken zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gebroken zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gebroken zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebroken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebroken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebroken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebroken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebroken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebroken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebroken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebroken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebroken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebroken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebroken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebroken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebroken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebroken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebroken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gebroken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gebroken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te breken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebroken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen breken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gebroken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gebroken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gebroken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gebroken voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gebroken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gebroken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gebroken voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gebroken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gebroken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gebroken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gebroken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gebroken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gebroken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gebroken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gebroken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gebroken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gebroken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gebroken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gebroken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gebroken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal breken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal breken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal breken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebroken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebroken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebroken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gebroken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebroken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gebroken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebroken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gebroken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gebroken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gebroken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gebroken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou breken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou breken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou breken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebroken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebroken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebroken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gebroken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebroken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gebroken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebroken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebroken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebroken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden breken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden breken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden breken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebroken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebroken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebroken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gebroken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gebroken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gebroken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gebroken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebroken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebroken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt breken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebroken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gebroken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gebroken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen breken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen breken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen breken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen breken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebroken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebroken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebroken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gebroken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gebroken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gebroken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gebroken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebroken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebroken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult breken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebroken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gebroken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gebroken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘klein of stuk maken’ voor het eerst aangetroffen in 1237

Woordfamilie van breken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
breek gebiedende wijs breken
breekt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon breken
breke aanvoegende wijs breken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van breken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over breken

Wat betekent breken?
Breken is een werkwoord. Het woord betekent: (algemeen) in stukken uiteenvallen. Deze pagina beschrijft 8 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je breken?
Je vervoegt breken als volgt: de tegenwoordige tijd is breek, de verleden tijd is brak en het voltooid deelwoord is gebroken. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord breken is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. R 2
  3. E 1
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

breken levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. R 2
  3. E 1
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 zonder bonus
  8. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

breken telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

breken in het kort

breken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 8 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van breken zijn 76 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort breken bij een woordfamilie van 3 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

breken: (algemeen) in stukken uiteenvallen
Deel breken — standaardnederlands.nl