breker
zelfstandig naamwoord ˈbrekərBetekenis
- een persoon die iets breekt
- een golf in de branding waarvan de top over de basis heenvalt
- een apparaat waarmee grote brokken vaste stof in kleinere stukken gebroken worden
Hoe spreek je breker uit?
/ˈbrekər/
Breker bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| r | rood |
| e | veel |
| k | kat |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Klinkt hetzelfde als breaker.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| brekers | meervoud |
| brekertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| brekertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van breken met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van breker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| brekers | meervoud | breker |
| brekertje | verkleinwoord | breker |
| brekertjes | verkleinwoord meervoud | breker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van breker zijn vastgelegd.