schending
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het schenden van iets, het inbreuk maken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schendingen | meervoud |
| schendinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schendinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van schenden met het achtervoegsel -ing
Woordfamilie van schending
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schendingen | meervoud | schending |
| schendinkje | verkleinwoord | schending |
| schendinkjes | verkleinwoord meervoud | schending |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schending zijn vastgelegd.