verbloeden
werkwoordBetekenis
- door bloedverlies om het leven komen
Vervoeging van verbloeden
verbloedenhele werkwoord — verbloeddeverleden tijd enkelvoud — verbloeddenverleden tijd meervoud — verbloedvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verbloed | verbloedde |
| jij | verbloedt | verbloedde |
| hij, zij, het | verbloedt | verbloedde |
| wij | verbloeden | verbloedden |
| jullie | verbloeden | verbloedden |
| zij | verbloeden | verbloedden |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben verbloed | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verbloed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is verbloed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verbloed | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te verbloeden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn verbloed | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verbloeden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verbloed | gebiedende wijs |
| verbloed | verleden tijd, deelwoord |
| verbloed te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verbloed zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verbloedde | verleden tijd |
| verbloede | aanvoegende wijs |
| verbloedend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verbloed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verbloed | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verbloed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verbloed | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verbloed | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verbloed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verbloed | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal verbloed zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verbloed zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verbloed zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verbloeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verbloeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verbloeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verbloed | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn verbloed | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verbloed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verbloed | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verbloed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verbloed zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verbloed zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verbloed zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verbloeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verbloeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verbloeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verbloed zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verbloed zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verbloed zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verbloeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verbloeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verbloeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verbloed zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verbloeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verbloed zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verbloed zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verbloed zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verbloeden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verbloeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verbloeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verbloeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verbloed zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verbloeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van bloeden met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verbloeden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verbloed | voltooid deelwoord | verbloeden |
| verbloedde | verleden tijd | verbloeden |
| verbloedden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verbloeden |
| verbloede | aanvoegende wijs | verbloeden |
| verbloedend | onvoltooid deelwoord | verbloeden |
| verbloedende | woordvorm | verbloeden |
| verbloedt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verbloeden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verbloeden zijn vastgelegd.